door
Paul de Hen
29 nov 2005
D66-minister Laurens-Jan Brinkhorst van Economische Zaken is (net als zijn collega Ben Bot van Buitenlandse Zaken) een absolute Brusselse insider.
Ooit doceerde hij Europees recht. Later was hij onder meer hoofdambtenaar bij de Europese Commissie, EU-ambassadeur in Tokio en lid van het Europees Parlement voor D66. Toen hij na de val van het laatste paarse kabinet korte tijd weer in Brussel werkte, bereidde de Belgische permanent vertegenwoordiger zijn vriend Laurens-Jan zelfs een terug-in-Brusselreceptie in het kasteeltje Hertoginnedal, een historische plek in de geschiedenis van de Europese samenwerking.
Netwerkbijeenkomst
Brinkhorst weet dus hoe belangrijk netwerken in Brussel zijn. Maandagmiddag- en avond organiseerde zijn ministerie voor de derde maal een zogenoemde netwerkbijeenkomst. In het sjieke Brusselse zalencomplex Concert Noble konden Haagse ambtenaren van Brinkhorsts ministerie kennismaken met Nederlandse ambtenaren van de Europese Commissie, europarlementariërs en zelfs journalisten (of omgekeerd).
Bovendien waren er sprekers, waaronder een panel dat zich zonder twijfel in de geest van 's ministers voorkeur bezighield met de vraag hoe het nu verder moet met Europa na de Franse en Nederlandse afwijzing van de grondwet.
Een leerzaam debat, met Brinkhorsts Brusselse partijgenote, europarlementarier Sophie in 't Veld, Alexander Italianer, de Nederlandse plaatsvervangend kabinetschef van Commissievoorzitter Barroso, John Palmer, scherpzinnig maar zeer Euro-federalistisch waarnemer bij de denktank European Policy Centre en de vooraanstaande Duitse sociaaldemocratische europarlementarier Klaus Hänsch, lid van het bestuur van de Conventie die de grondwet in concept opstelde.
Referendum
Het was leerzaam, omdat nog eens heel duidelijk werd dat vanuit een Brussels perspectief de Europese grondwet helemaal nog niet dood is. Veertien landen hebben hem goedgekeurd, waarbij twee in een referendum, zei Palmer, en twee hebben hem in een referendum afgewezen. 'De Nederlanders zien niet dat de rest van Europa naar Nederland en Frankrijk kijkt om een antwoord te krijgen,' betoogde In 't Veld. Met andere woorden, daar is het probleem gemaakt en daar moet de volgende stap worden gezet.
'Geen land heeft tot nu toe uitgesproken dat het grondwettelijk verdrag mislukt is,' zei Hänsch. Volgens hem gaan Estland, Ierland en Finland de komende maanden alsnog beslissen over goedkeuring van de grondwet; daarna zijn nog zes lidstaten onbeslist. Niettemin erkende hij: als Frankrijk en Nederland blijven staan waar ze nu staan, is er geen grondwet.'
Hänsch heeft vier scenario's om verder te gaan:
1. Een nieuwe grondwet opstellen. Probleem: de meerderheid van de ldistaten keurde het oude ontwerp goed, een compromis waarin diverse ldistaten gaven en namen. Een nieuwe ontwerp-grondwet betekent dat zij ook bereid moeten zijn om helemaal opnieuw te beginnen. 'Dat kunnen wij als optie uitsluiten'.
2. Een paar belangrijke onderwerpen opnieuw beonderhandelen om tegemoet te komen aan de Nederlandse en Franse bezwaren. 'Dan is het aan Nederland en Frankrijk om te zeggen wat er gedaan moet worden om het verdrag voor hen aanvaardbaar te maken. Dat zal moeilijk zijn.'
3. 'Cherry picking', de belangrijkste stukjes uit de grondwet pikken en apart doorvoeren. Daar denken de Britten aan, zei Hansch. Maar nee, het gaat niet zomaar: Weg is de balans tussen verschillende belangen die in de ontwerp-grondwet was neergelegd.
4. Wachten op een tweede kans voor de bestaande tekst. Dat heeft Hänsch' voorkeur.
Intussen moet maar eens duchtig over Europa worden gedebatteerd: hoeveel Europa willen we, waar liggen de grenzen, (Turkije hoort er voorlopig niet bij, wat Hänsch betreft) en waarom hebben we de Europese samenwerking nodig?
Bezinning
De echte vraag is misschien toch: hoeveel mensen gaat de Europese samenwerking zo ter harte dat ze echt zin hebben in zo'n debat. Buiten Brussel valt dat aantal niet mee. Nu al wordt verwacht dat de voor bezinning bedoelde periode die na de referenda werd afgekondigd langer zal duren dan de aanvankelijke planning, eind komend voorjaar.
Zeker is dat het onderlinge gesprek tijdens de rest van de netwerkavond zich ook al niet toespitste op de door Hänsch en andere panelleden opgeworpen vragen.