door
Administrator
15 feb 2005
Lokale bestuurders hebben de verleiding om via de OZB extra geld uit de zakken van hun burgers te kloppen, weer niet kunnen weerstaan
Hans Crooijmans
Het salaris is bevroren, ziektekosten en pensioenpremies lopen op, prijzen van gas en elektriciteit vliegen omhoog. Kortom, veel gezinnen hebben het zwaar. Maar gemeenten kan dat niet schelen. Lokale belastingen en heffingen stijgen dit jaar gemiddeld zo'n 13 procent, wijst een steekproef van de Vereniging Eigen Huis uit.
De voornaamste reden daarvoor is de onroerende zaakbelasting (OZB). In veel gemeenten gaan eigenaren van woningen en bedrijfspanden - huurders in mindere mate - fors meer betalen. Dat die OZB dit jaar hoger uitvalt, heeft te maken met een nieuwe taxatie van de waarde van onroerend goed. De vorige zogeheten WOZ-waarde was gebaseerd op het prijspeil van 1999, de nieuwe schattingen kennen 1 januari 2003 als peildatum. In de tussentijd stegen de huizenprijzen gemiddeld zo'n 50 procent.
Gemeenten zouden het effect van die waardestijging dienen te compenseren door het tarief (het heffingspercentage) van de onroerende zaakbelasting naar rato te verlagen. Maar veel lokale bestuurders hebben de verleiding om extra geld uit de zakken van hun burgers te kloppen niet kunnen weerstaan.
Hogere belastingen zijn nog te verteren als het geld zuinig en doelmatig werd besteed. Maar daar schort het bij gemeenten aan. Gemeenten voeren een huishouding onder het motto: onze uitgaven zijn een gegeven, nu nog zorgen dat er voldoende inkomsten tegenover staan. Bedrijven ontslaan personeel om winstgevend te blijven, gemeenten trekken alleen maar meer ambtenaren aan.
Een kwalijke zaak. De OZB is een gemeentelijke zaak, dus kunnen lokale politici gewoon hun gang gaan. Maar volgend jaar, bij de gemeenteraadsverkiezingen, kunnen burgers hard terugslaan.