door
Administrator
28 nov 2006
Geheime dienst die journalisten laat gijzelen om een lek in de eigen organisatie op te sporen is geen knip voor de neus waard
Arendo Joustra
Het is absurd dat twee journalisten van De Telegraaf in de gevangenis zijn gegooid omdat ze hun bronnen niet willen prijsgeven. Ze willen niet zeggen wie hun heeft getipt dat geheime stukken van de inlichtingendienst AIVD in het criminele circuit rondslingeren. Dat ze zwijgen is begrijpelijk aangezien anders tipgevers en klokkenluiders geen informatie meer verstrekken.
Uiteraard staan journalisten niet boven de wet. Maar in een democratie moeten ze wel hun werk kunnen doen. In dit geval zou de geheime dienst AIVD de journalisten dankbaar moeten zijn. Want de AIVD wist niet eens dat de dienst lek was en geheime stukken op straat lagen. Dat wist de AIVD pas na publicatie in De Telegraaf.
Bovendien heeft De Telegraaf terughoudend over de geheime stukken bericht. Staatsgeheimen zijn niet openbaar gemaakt. Nog in het weekeinde van de publicatie complimenteerde de toenmalige minister van Justitie Piet Hein Donner (CDA) de krant met de wijze waarop het nieuws was gebracht.
Desondanks hebben het Openbaar Ministerie en de AIVD beide journalisten sinds de publicatie geïntimideerd door ze als verdachte te bestempelen, DNA-materiaal af te nemen, langdurig af te luisteren en toe te staan dat ze op verzoek van een advocaat van een verdachte worden gegijzeld tot ze hun bronnen prijsgegeven.
Als dit de enige manier is voor een geheime dienst om een lek in de eigen organisatie op te sporen, is die geheime dienst geen knip voor de neus waard. Laat ze eerst haar eigen medewerkers ondervragen en desnoods gijzelen. Het lek zit immers bij de AIVD. De journalisten van De Telegraaf hebben slechts hun werk gedaan.