door
Administrator
22 jun 2006
Bestuurlijke aanpak van verdachte ondernemers is een nieuw wapen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad
Gerlof Leistra
De gemeente Amsterdam is hard bezig de Wallen schoon te vegen. Op grond van de zogeheten wet Bibob worden tientallen vergunningen van omstreden zakenlieden geweigerd of ingetrokken.
In eerste instantie gaat het om 39 prostitutiebedrijven, maar daarna komen ook kroegen, hotels, gokhuizen en sekstheaters aan de beurt. Het is een fraai voorbeeld van de succesvolle strategie om criminaliteit met bestuurlijke middelen te bestrijden.
Het weigeren of intrekken van een vergunning is mogelijk na onderzoek naar de integriteit van de aanvrager. Het vermoeden van banden met de onderwereld is voldoende om bestuurlijk dwars te liggen. Alleen al de schijn van betrokkenheid bij vrouwen- en drugshandel of het witwassen van zwart geld volstaat.
Een van de 'gedupeerde' ondernemers is de voormalige pornokeizer ‘Dikke’ Charles Geerts, een goede bekende van onder anderen de in 1991 geliquideerde maffiabaas Klaas Bruinsma. Geerts heeft een groot deel van zijn vermogen belegd in vastgoed op de Wallen, waaronder een aantal bordelen. Uiteraard vecht zijn advocaat de weigering aan, maar hij lijkt kansloos. Dan had Dikke Charles zijn vrienden maar wat zorgvuldiger moeten kiezen.
Ook het inzetten van stromannen of afscherming met allerlei buitenlandse vennootschappen werkt niet langer. Het vermoeden van schijnconstructies is reden voor maatregelen.
Wie zakt voor de ‘Bibob-toets’, heeft veel uit te leggen. Aanvullend moet bekeken worden of deze dubieuze ondernemers kaalgeplukt kunnen worden. Laat ze maar aantonen hoe ze hun geld hebben verdiend. Het is de enige manier om verdachte ondernemers echt te treffen: in hun beurs.