door
Administrator
6 jul 2006
Een collega wees er in de perszaal van de Europese Commissie deze donderdag terecht op: er zijn twee versies van het verhaal van de uitbreiding van de Europese Unie.
De ene is de officiële, die met overtuiging wordt uitgedragen door de Europese Commissie. De uitbreiding met tien nieuwe lidstaten is een succes. Dat is waar. De vijftien 'oude' lidstaten van de Europese Unie, waar Nederland bij hoort, zagen hun export en hun marktaandeel naar de tien 'nieuwe' lidstaten de afgelopen jaren krachtig toenemen. Dat betekent werkgelegenheid in de oude lidstaten. De nieuwe lidstaten kunnen nog niet tegen de oude op als concurrent, maar ze trekken wel heel veel nieuwe investeringen aan. Iedereen wint.
Begin mei hebben economen van de Commissie het nog eens keurig op een rij gezet in een uitvoerige studie, Enlargement, two years after: an economic evaluation.
Versie twee
Maar de gemiddelde burger in de oude lidstaten gelooft er niets van dat de uitbreiding van de EU zo gunstig uitvalt. Dat is de andere versie van het verhaal. Meer concurrentie op de arbeidsmarkt door migranten en seizoenarbeiders. Bedrijven die verplaatst worden van oude naar nieuwe lidstaten, waar de lonen meest lager liggen.
Veel van die angst is niet terecht. Het aantal bedrijfsverplaatsingen bijvoorbeeld is beperkt. De officieel toegelaten migratiestromen zijn in de meeste EU-landen, ook in Nederland, uit voorzorg geknepen.
Voorstanders van een vrije arbeidsmarkt vinden dat trouwens onzin. Migranten gaan niet naar landen waar geen werk is en anders dan de legende wel suggereert, heeft een migrant niet zomaar recht op een sociale uitkering in het land waar hij zich wil vestigen. Wat wel kan, is dat migranten een neerwaartse druk op de lonen leggen doordat zij het arbeidsaanbod verruimen.
Maar aan zulke overwegingen heeft de bezorgde burger geen boodschap.
Angst
Deze donderdag werd de nieuwe Eurobarometer gepubliceerd, zoals de Europese Commissie de door haar bestelde opinieonderzoeken noemt. De uitkomst waar de collega in de perszaal over viel, betrof het antwoord op vraag 30.4. Daarin werd een oordeel gevraagd over verdere uitbreiding. De steun neemt zienderogen af. Het steeds grotere Europa boezemt kennelijk geen tevredenheid in, maar angst.
Toen dezelfde vraag een half jaar geleden werd gesteld, was 49 procent van de beantwoorders (ruim 29.000 mensen in alle 25 lidstaten) voor. Nu is het 45 procent. 42 procent is tegenstander. In de vijftien oude lidstaten samengenomen zijn meer tegenstanders dan voorstanders. Daar vindt verdere uitbreiding alleen nog veel steun in Zuid-Europa.
Duitsers, Fransen, Oostenrijkers, Finnen en Nederlanders in iets minder mate (50 procent tegen, 43 procent voor) moeten er niets meer van hebben. En dat terwijl de volgende uitbreiding al nagenoeg vaststaat. Bulgarije en Roemenie, als ze het niet al te bont maken met corruptie of problemen met hun rechtsstaat, treden op 1 januari aanstaande toe.
Voordelen
Zou het kunnen, vroeg de kritische collega in de perszaal, dat de voordelen van de uitbreiding tot nu toe bij de elite terecht zijn gekomen, terwijl de doorsnee-burger er niets van merkt of nadelen ziet (dan wel vreest)?
Daar had de betrokken woordvoerder van de Commissie, een in Engeland afgestudeerde Pool, niet direct een antwoord op. De voordelen, legde hij uit, ontstonden al in de jaren voordat de uitbreiding een feit werd, want de economische grenzen met de nieuwe lidstaten gingen geleidelijk aan al open voor ze EU-lid werden. Ook waar. Maar dit inzicht zal de zorgen niet weg nemen.
Inmiddels is de angst voor verdere uitbreiding politiek vertaald in het begrip 'absorptiecapaciteit' van de Unie. De Europese Commissie moet daar in opdracht van de gezamenlijke regeringsleiders dit najaar een stevig rapport over afleveren.
Een helse opdracht. Veel regeringsleiders willen hun uitbreidingsmoeë burgers graag ter wille zijn. Andere, voorop de Britse regering, zien niets liever dan een Europese Unie die groeit en groeit, zodat ze niet eens de tijd krijgt om zich bezig te houden met verdere verdieping van de samenwerking tussen de lidstaten.
En vrijwel alle regeringen beseffen dat de belofte ooit te mogen toetreden tot de Europese Unie ook de worst is waarmee ongemakkelijke landen aan de Europese periferie in toom kunnen worden gehouden.