door
Administrator
11 jan 2007
Het is geen goed idee van president Bush om extra troepen naar Irak te sturen; Bagdad heeft er ook niet om gevraagd
Rik Kuethe
Het was hoogstwaarschijnlijk de belangrijkste rede in zijn leven. Een somber ogende president George W.Bush, die er niet in slaagde om een magische vonk te doen overspringen, kondigde woensdagavond 10 januari aan dat hij had besloten om het aantal Amerikaanse troepen in Irak met eenentwintigduizend manschappen te verhogen.
Moed kun je deze president niet ontzeggen, want vrijwel alle Democraten, een groeiende minderheid onder zijn eigen Republikeinen en een ruime meerderheid van de Amerikanen vindt die uitbreiding, waarvan het leeuwendeel voor Bagdad is bestemd, een slecht idee.
En dat is het ook. Het is te laat en te weinig. Hoeveel extra Amerikaanse militairen nodig zouden zijn om deze interventie met succes te bekronen blijft per definitie een arbitraire aangelegenheid. Maar ruim twintigduizend is, volgens bijna iedereen die er wat van afweet, in elk geval ver onder de maat.
Hier wreekt zich de kolossale fout van oud-minister van defensie, Donald Rumsfeld, die wilde bewijzen dat hij het met een kleine high-tech legermacht gemakkelijk af kon. Overigens zouden de Verenigde Staten de grootste moeite hebben meer dan die extra vijf brigades over te brengen naar Irak. Dat is echter geen argument om het dan maar met (onverantwoord veel) minder te doen.
De tweede reden waarom het ‘optoppen’ van de Amerikaanse strijdmacht geen goede gedachte is, schuilt in de agenda van de sjiitische Iraakse premier Nouri al-Maliki. Die wijkt sterk af van het streven van Washington, dat sjiieten, soennieten en Koerden probeert samen te brengen. De premier streeft juist naar het alleenvertoningsrecht voor zijn numeriek toch al sterkste groepering. Al-Maliki dankt zijn positie aan de leider van de meest virulente sjiitische militie.
Bagdad heeft niet om deze uitbreiding van het Amerikaanse contigent gevraagd. Op zich is het goed dat Bush de Iraakse regering duidelijke voorwaarden heeft gesteld voor voortgaande samenwerking, maar waarom zou Al-Maliki daaraan ditmaal wel voldoen?
Andrew Sullivan, een conservatieve commentator, en geen voorstander van dit plan, zei vannacht op de Amerikaanse televisie vurig te hopen dat zijn scepsis ongegrond zal blijken. Gelijk heeft hij, want het alternatief is ook om te huiveren.