door
Administrator
9 okt 2007
Met de dood van Bram Zeegers is het de vraag hoeveel mensen nog het lef zullen hebben om te getuigen tegen de georganiseerde misdaad.
Gerlof Leistra
Met de plotselinge dood van ex-advocaat Bram Zeegers (1949) is opnieuw een kroongetuige in de zaak-Holleeder van het toneel verdwenen. Zijn lijk werd vannacht onder verdachte omstandigheden in zijn woning in Amsterdam-Zuid gevonden.
Vorig jaar april werd de Amsterdamse crimineel Thomas van der Bijl in zijn kroeg doodgeschoten. Hoewel de toedracht van de dood van Zeegers nog niet vaststaat, ligt de relatie met zijn rol in het proces tegen Holleeder voor de hand.
Vorige week werd Zeegers twee dagen lang als getuige ondervraagd in de Bunker, de beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp. Eerder legde Zeegers tegenover de recherche vijftien voor Holleeder zeer belastende verklaringen af.
Daarin bevestigde hij tot in detail wat de in 2004 vermoorde vastgoedman Willem Endstra hem had verteld over de afpersing door Holleeder.
Tijdens de ondervraging in de rechtbank bleef Zeegers moeiteloos overeind. Nog dit voorjaar sprak justitie met Zeegers over opname in het programma voor beschermde getuigen.
Alleen door hem te voorzien van een andere identiteit en elders op de wereld te laten ‘onderduiken’, kon zijn veiligheid worden gegarandeerd.
Maar Zeegers voelde daar niets voor en maakte niet de indruk bang te zijn. Zijn dood maakt nog eens duidelijk hoe gevaarlijk een rol als kroongetuige is tegen de georganiseerde misdaad. Helaas is het vaak wel de enige manier om dergelijke zaken op te lossen.
Vraag is hoeveel mensen na dit nieuwe ‘incident’ nog het lef hebben om hun leven op het spel te zetten. In die zin heeft de dood van Zeegers grote gevolgen voor de strijd tegen de misdaad.