door
Gerlof Leistra
10 okt 2007
Vlak voor zijn mysterieuze dood afgelopen maandagnacht sprak ik oud-advocaat Bram Zeegers (58) nog een paar keer telefonisch.
Maandagmiddag klonk hij rustig en opgewekt. We maakten een afspraak voor aanstaande vrijdag: 10.30 uur in het Hilton aan de Amsterdamse Apollolaan, niet ver van de plek waar zijn vriend Willem Endstra op 17 mei 2004 is geliquideerd.
Het verbaasde mij dat Zeegers niet voor een rustiger en veiliger plek koos. Blijkbaar was hij niet bang.
Opening van zaken
Zeegers had mij vrijdag 5 oktober benaderd. Hij bood aan om volledige opening van zaken te geven over zijn ervaringen met Willem Endstra.
Eerder die week was Zeegers als getuige in de zaak-Holleeder in de Bunker twee dagen kritisch ondervraagd door de rechtbank, het Openbaar Ministerie en de advocaat van Willem Holleeder.
Zeegers sprak zacht en beschaafd en maakte indruk door zijn gedetailleerde verklaringen over de afpersing van Endstra door Holleeder.
Zwart doek
Tussen hem en de publieke tribune hing op zijn verzoek een zwart doek: hij wilde na zijn foto in Vrij Nederland niet nog bekender worden.
Op mijn telefonische vraag wat er zich voor het doek tussen hem en Holleeder had afgespeeld, schetste Zeegers het beeld van een psychologische oorlogsvoering. Toen Holleeder op een gegeven moment rechtstreeks het woord tot hem richtte en hem doordingend in de ogen keek, had Zeegers naar zijn zeggen dezelfde houding aangenomen en strak teruggekeken.
Dat voelde als een overwinning. ‘Het was even een moment van mannen onder elkaar. Na afloop had ik hem willen zeggen dat ik hem graag nog eens wilde spreken, in de gevangenis of buiten.’
Zeegers dacht dat hij met zijn zelfverzekerde optreden respect bij Holleeder had afgedwongen.
Briefje
Een lang gesprek met Zeegers leek mij nuttig om onduidelijkheden in zijn uitvoerige verklaringen op te helderen. We namen alvast een voorschot en spraken over het briefje dat Willem Endstra hem had laten zien met de eisen van zijn afperser voor in totaal zestig miljoen.
Op zitting herhaalde Zeegers zijn verklaring daarover. Tijdens de schorsing schoot de advocaat van Willem Holleeder, Jan-Hein Kuijpers, mij aan. Volgens hem had Zeegers net, tijdens de zitting, gezegd dat het briefje was gefaxt. Dat had ik toch ook gehoord? Want als dat zo was, dan was het briefje helemaal niet afkomstig van Holleeder. Kuijpers: ‘Die fax met eisen kwam van John Mieremet!’
Omdat ik iets anders had gehoord – Zeegers had alleen maar gezegd dat er in een kast van de kamer van Endstra een faxapparaat stond – vroeg ik Zeegers voor de zekerheid of ik wellicht iets had gemist.
‘Nee hoor’, zei Zeegers. ‘Dat briefje was helemaal niet per fax binnengekomen. Het was afkomstig uit een tekstverwerker.’
Heldenrol
Tussen 2004 en 2006 legde Zeegers tegenover de officieren van justitie Koos Plooij en Fred Teeven vijftien voor Holleeder zeer belastende verklaringen af.
Met zijn optreden als getuige heeft Zeegers een heldenrol vervuld. Hij had immers uit lijfsbehoud ook zijn mond kunnen houden.
De oorzaak van zijn onnatuurlijke dood is nog een raadsel. Zelfmoord lijkt mij uitgesloten. Na mijn gesprekken maandagmiddag was Zeegers nog met zijn Zuid-Amerikaanse vriendin Shirley uit eten geweest in een café aan de Amstel.
Of Holleeder iets met zijn dood te maken heeft, is de vraag. Gisterochtend kwam ‘De Neus’ neuriënd de rechtszaal binnen. Ach, zo kennen we Willem weer: de moordgozer!