door
Administrator
27 nov 2007
De publieke omroep kampt met een links imago omdat omroepen als TROS en AVRO hun functie verwaarlozen. En omdat de tucht van de vrije markt niet heerst in Hilversum
Gerry van der List
Het is pas dinsdag, maar de verkiezing van de domste politieke uitspraak van de week lijkt nu al een gelopen race. Gisteren meende Ronald Plasterk in de Tweede Kamer namelijk een verklaring te kunnen bieden voor de linkse inslag van de publieke omroep. De PvdA-minister voor Cultuur denkt dat journalisten ‘die een kritische instelling combineren met een onderzoekende instelling, statistisch eerder in de linkse hoek zitten’.
Wat een progressieve geborneerdheid. Alsof een rechtse journalist minder kritisch en onderzoekend zou zijn. Alsof al die zogenaamd kritische linkse journalisten niet decennialang hebben geweigerd belangrijke maatschappelijke problemen, van de uitwassen van de verzorgingsstaat tot de nadelige gevolgen van massale immigratie, te belichten.
Dat de publieke omroep kampt met een links imago, komt onder meer doordat traditioneel behoudende omroepen zoals TROS, AVRO en KRO niet meer voor een tegengeluid willen of kunnen zorgen en trouwe PvdA-aanhangers als Paul Witteman in actualiteitenrubrieken en praatprogramma’s vrij spel geven.
Tucht
Structureler nog is het probleem dat de publieke omroep niet onderworpen is aan de tucht van de vrije markt en praktisch probleemloos voorbij kan gaan aan de behoeften van de Nederlandse kijker.
Als iets de pluriformiteit bevordert, is dat wel het marktmechanisme. Op een vrije markt wordt elke consument netjes op zijn wenken bediend. De vraag schept het aanbod. Daarom kent Nederland nu bijvoorbeeld een enorme verscheidenheid aan tijdschriften en websites die voor elk wat wils bieden.
In de zwaar gesubsidieerde Hilversumse televisiewereld is die pluriformiteit ver weg. Het door de publieke omroep aangekondigde ‘zelfonderzoek’ zal in het scheve beeld zeker geen verandering brengen.