door
Syp Wynia
14 dec 2007
De problemen op de Amerikaanse hypotheekmarkt zijn hardnekkig en uiterst besmettelijk. Als de crisis tussen de oren gaat zitten, is het einde van de ellende nog niet in zicht
Remko Nods
Drie tot zes maanden. Zolang zou de kredietcrisis gaan duren, dacht president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) toen de crisis uitbrak in juli dit jaar. Nu vreest hij dat het langer gaat duren, en dat de crisis bovendien de economische groei gaat aantasten.
Wellink zegt de omvang van de problemen in het bankwezen niet precies te kennen. Kennelijk hebben bestuurders van de commerciële banken dat overzicht ook niet.
Dat is geen geruststellende boodschap. Door de problemen op de Amerikaanse hypotheekmarkt hebben banken wereldwijd al circa 70 miljard dollar moeten afschrijven op hypotheekobligaties.
Lastig
Dat blijkt niet voldoende. Doordat de obligaties nauwelijks meer verhandelbaar zijn, is het bijzonder lastig om de waarde ervan te bepalen, dus ook om vast te stellen hoeveel er op afgeschreven moet worden.
Renteverlagingen in de Verenigde Staten en massieve liquiditeitssteun wereldwijd aan de banken hebben de kredietcrisis kunnen verzachten, maar niet kunnen beëindigen.
Banken wantrouwen elkaar nog steeds en durven elkaar daardoor geen geld uit te lenen. De kans is groot dat dit nog tot ver in 2008 zal doorzieken, zeker als de situatie op de Amerikaanse huizen- en hypotheekmarkt verder verslechtert.
Tussen de oren
Pas als alle banken hebben aangegeven in welke mate ze betrokken zijn bij de Amerikaanse hypotheken, zal de kredietcrisis langzaam oplossen.
Tot die tijd zullen de financiële markten – inclusief de aandelenmarkten – volatiel blijven. Omdat de balansen van Europese bedrijven gezond zijn, kunnen de gevolgen voor de reële economie beperkt blijven tot een lichte groeivertraging.
Maar als de crisis tussen de oren gaat zitten van de consument, dan kan de Europese economie zelfs in een recessie belanden. Wellink verwacht dat nog niet, maar hij kan het helaas ook niet uitsluiten.