door
Administrator
12 feb 2007
De roofoverval op de Amsterdamse winkelier Erkan Yildiz (29) heeft begrijpelijk tot emotionele reacties geleid. Maar het pleidooi om winkeliers te bewapenen, is ondoordacht.
Gerlof Leistra
Een hardwerkende middenstander verdient bescherming! Maar bewapening van middenstanders kan er toe leiden dat burgers het recht in eigen hand nemen.
De exacte toedracht tot de gewelddadige dood van Yildiz is nog niet bekend. De man zou bij een overval op zijn avondwinkel vorige week donderdagavond in Amsterdam-Noord door zijn hoofd zijn geschoten door twee onbekende mannen. In de afgelopen anderhalf jaar was de zaak van Yildiz en zijn zwager al drie keer overvallen.
In het schreeuwerige tv-programma Premtime beweerde Yildiz twee dagen voor zijn dood dat hij zich had bewapend: ‘Overmorgen is het oog om oog, tand om tand. Dan is het een pistool hier.’ Het zou wel heel wrang zijn als Yildiz met zijn eigen wapen is doodgeschoten of als een heel ander motief een rol heeft gespeeld.
Nog voor de feiten bekend zijn, kondigde VVD-Kamerlid Fred Teeven al een wetsvoorstel aan om winkeliers meer mogelijkheden te geven zichzelf te bewapenen. Als geen ander weet deze oud-officier van justitie dat iedere burger het recht heeft op zelfverdediging en dat gepast geweld nu ook al is toegestaan. Maar een pistool?
Verstandiger is het pleidooi van CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma. Die bepleit meer camerabewaking. Slimme camera’s kunnen notoire winkeldieven herkennen en automatisch alarm slaan. Een tegemoetkoming in de kosten voor winkeliers op lokaties met een verhoogd risico, lijkt redelijk.
Daarnaast zouden deze winkeliers een rechtstreekse verbinding moeten hebben met de meldkamer van de politie en zou de politie ook intensiever moeten surveilleren. Maar een wapenwedloop tussen winkeliers en criminelen is de verkeerde weg.