door
Administrator
12 mei 2007
Als het zo doorgaat, komt Den Haag pas in september echt tot leven: het kabinet-Balkenende IV verzuimt dom genoeg om een vliegende start te maken
Eric Vrijsen
Het kabinet-Balkenende IV is nog niet begonnen of de vaart is er al uit. Op het Binnenhof heerst een onheilspellende leegte. Weliswaar zijn er allerlei incidenten, maar een wezenlijk debat over een concreet plan van het kabinet ontbreekt. Want die plannen zijn er eigenlijk niet.
Het komt allereerst door die honderd-dagenperiode van het nieuwe kabinet. Bewindslieden toeren per bus door het land. Ze willen eerst naar de burgers luisteren voordat ze hun beleid uitzetten.
Onzinnig
Dat klinkt aardig, maar het is onzinnig. Het is een natuurwet in de politiek: een nieuwe regering moet de eerste honderd dagen oogsten. Het politieke mandaat is nog vers. De ambtenaren zijn nog onder de indruk van de uitslag van de verkiezingen. De nieuwe regering kan doordrukken.
Maar Balkenende IV kiest voor een langzame ontwaakperiode. De periode van honderd dagen loopt bovendien ongemerkt uit tot tweehonderd dagen. Na honderd dagen zit het kabinet al halverwege juni. Dan breekt het zomerreces aan en gebeurt er weer een paar maanden niks. Pas in september kan het echte politieke werk een beetje beginnen.
Theater
De voornemens uit het Regeerakkoord van de drie partijen verdwijnen nu al naar de achtergrond. Het land kan niet zonder politiek theater, dus allerlei kwesties – van serieus tot hype – beheersen de aandacht, met als gemeenschappelijk element dat de commotie nooit lang duurt.
De door Geert Wilders opgerakelde kwestie over de dubbele nationaliteit, de weigering van PvdA-minister Wouter Bos van Financiën om een kleptocratenbelasting in te voeren, de controverse over een lingeriereclame in Utrecht, de herintroductie van het uniform in jeugdgevangenissen en een twijfelachtige beslissing over een abortusboot.
Hypeje hier, hypeje daar.
Illusie
Door nu eerst honderd dagen te speuren naar wat er leeft onder de mensen, wekken ministers de indruk dat ze het iedereen naar de zin kunnen maken. Dat is een gevaarlijke illusie. Een kabinet dat de kool en de geit spaart en geen vijandbeelden oproept, veroordeelt zichzelf tot niksigheid.
Een echte politicus neemt risico's. Maar deze leiders schrikken terug voor zo'n keuze. Ze zijn geobsedeerd door de beeldvorming van het moment.
Meningsverschillen
De meningsverschillen nestelen zich nu niet tussen de partijen, maar ín de partijen. De scheidslijn tussen liberalen en niet-liberalen loopt dwars door GroenLinks, waardoor de interne kritiek zich als een pitbull vastbijt in de linkerkuit van Femke Halsema. Maar de scheidslijn loopt ook dwars door de VVD, waar het vertrouwen in Mark Rutte snel erodeert.
In de PvdA heerst een 'crisis' rond de vraag of de politiek leider niet beter in de Kamer kan zitten, wat zou inhouden dat minister Bos degradeert.
Ook in het CDA schuilt onvrede. Tekenend is dat premier Jan Peter Balkenende vijf jaar lang hamerde op 'eigen verantwoordelijkheid' als richtsnoer en daar nu niet meer van rept. Met Wouter Bos aan boord beweegt Balkenende liever mee met de PvdA-reflex: niet de burger, maar de staat is het antwoord op alle vraagstukken.
Verstikken
Het probleem voor de democratie is dat kabinet en oppositie elkaar zo verstikken. Politici moeten maatschappelijke tegenstellingen vertolken en vervolgens compromissen sluiten. Als zij dat goed doen, groeit hun statuur.
Joop den Uyl (PvdA) werd groot door de tegenstand van Dries van Agt (CDA) en Hans Wiegel (VVD). Wim Kok (PvdA) steeg in aanzien door de confrontatie met Frits Bolkestein (VVD).
Maar wie staat er tegenover Balkenende? En is hij er zelf nog wel? De honderd dagen zijn half om. Misschien weten we over vijftig dagen meer.