door
Administrator
2 jun 2007
Dit kabinet lijkt op Paars-II: het is zo tevreden met zichzelf dat het zaken op hun beloop laat
Syp Wynia
Het vierde kabinet-Balkenende is nu al een kabinet van toegeven en uitgeven. Dat is opmerkelijk, omdat nieuwe kabinetten normaliter eerst orde op zaken stellen en zich later wat soepeler gaan opstellen om de kiezer te behagen.
Balkenende, Bos en Rouvoet draaien het om. Dit nieuwe kabinet wil meteen behagen. Daartoe wordt de portemonnee getrokken en worden subsidies, ambtenarensalarissen en uitkeringen verhoogd. Noodzakelijke ingrepen worden naar de toekomst verschoven.
Hoe dat komt? Balkenende-IV rust op partijen die minder stabiel zijn dan ze lijken. Het leiderschap van die partijen is bovendien niet onomstreden.
In de knoop
Dat geldt bij uitstek voor de PvdA. De partij is met zichzelf in de knoop geraakt. Het staat allerminst vast dat de PvdA de grootste linkse partij blijft en het leiderschap van Bos staat zo ter discussie dat het allerminst zeker is dat hij weer de volgende lijsttrekker zal zijn.
Met het CDA lijkt het beter te gaan, maar ook dat is schijn. Het CDA heeft zich losgemaakt van de lijn van de 'eigen verantwoordelijkheid' van burgers; de partij draaide naar links. Met dank aan de weggesukkelde VVD en de aantrekkende economie wist het CDA grootste partij te blijven, maar dat ging gepaard met verkiezingsverlies. Het leiderschap van Jan Peter Balkenende is dan ook niet onomstreden. Uiteindelijk verloor hij twee jaar geleden eerst het EU-referendum en vervolgens verloor het CDA bij gemeente-, Kamer- en Statenverkiezingen.
De ChristenUnie tenslotte is een partij in transitie, die zich heeft losgemaakt van het gereformeerd-vrijgemaakte deel van haar achterban en poogt nieuwe kiezers aan te boren, maar zich daar allerminst verzekerd van kan weten.
Instabiele basis
Ziedaar de instabiele basis van het vierde kabinet-Balkenende. Die instabiele basis verklaart waarom het kabinet de klassieke problemen (immigratie, veiligheid, te veel overheidsafhankelijkheid, wankele staatsfinanciën, wat te doen in Europa) ontwijkt, geen knopen doorhakt en vlucht in bedilzucht en in een klimaathype, die bij de verkiezingen nog geen enkele rol speelde.
Het resultaat is dat Balkenende-IV, paradoxaal genoeg, nog het meest lijkt op het tweede kabinet-Kok (1998-2002), dat zo tevreden was met zichzelf dat het de zaken op zijn beloop liet.