door
Administrator
23 jul 2007
Brussel moet Turkije extra in de gaten houden en het land afrekenen op resultaten en niet op Erdogans mooie woorden vertrouwen
Oene van der Wal
Gisteren werd de conservatief religieuze AK-partij de grote overwinnaar van de Turkse parlementsverkiezingen. Daarmee hebben de islamisten het ook de komende vijf jaar nog voor het zeggen in Turkije.
Partijleider en premier Recep Tayyip Erdogan sprak van een democratisch voorbeeld voor de wereld en zei ook dat zijn land met kracht de hervormingen zal voortzetten die moeten leiden tot het lidmaatschap van de Europese Unie.
Hij leek daarmee de ongerustheid in het Westen te willen bezweren over de mogelijke verborgen agenda van zijn partij. Zal Erdogan de scheiding van kerk en staat ongemoeid laten? En is hij uit op de invoering van de sharia, de islamitische wetgeving? Erdogan ontkent het in alle toonaarden en de meerderheid van de Turkse kiezers gelooft hem kennelijk of maakt zich er niet druk over.
Maar dat laat onverlet dat de AK-partij van origine een anti-systeempartij is met zijn wortels in het islamisme en dat de harde kern van de partij gevormd wordt door radicale moslims. Mogelijk wachten Erdogan en de zijnen slechts het goede moment af om aan de scheiding van kerk en staat te morrelen.
De druk van onderop uit de samenleving neemt hier en daar al toe. In het oostelijke Anatolië en delen van Istanbul is een beweging gaande die aanstuurt op de scheiding van mannen en vrouwen.
Dit alles moet voor Brussel reden zijn om Turkije de komende jaren extra in de gaten te houden en het land af te rekenen op resultaten, niet op Erdogans mooie woorden.