En toen was er Aleksandr Vinokoerov: bloeddoping.
Wie is de volgende? Alberto Contador, Alejandro Valverde, Levi Leipheimer, Michael Boogerd, Tom Boonen? Speculaties over het ongeschonden maagdenvlies van je eigen moeder zijn betrouwbaarder.
Carroussel
De Tour is een carrousel van intrige en bedrog. Met dank ook aan de Rabobank. De brutale ontmaskering van ‘Vino’ komt niet als een donderslag bij heldere hemel.
Insiders waren er al langer van overtuigd dat Astana het laatste laboratorium van de wielersport was. Ver weg, achter de Oeral, kon alles. Dopingcontroles waren eerder gedrapeerd door courtisanes dan door een officiële gleufhoed van de internationale wielerunie UCI.
Olie- en gasmeisjes. Dan krijg je giechelende bloedspiegels: het kan alle kanten op. Iedereen blij. Vinokoerov gaat al aan een aantal jaartjes mee, in het wielrennen. Hij heeft nog aan de zijde van Jan Ullrich gefietst. Hij heeft het hele scala aan wonderzalfjes aan zich voorbij zien komen: amfetamine, cortisone, testosteron, epo, bloeddoping. Ja, zalfjes heet dat in het wielrennen. Alles is gel geworden in het peloton, ook legitieme voeding.
Doodsverlangen
Aleksandr wist als geen ander wat de opspoorbaarheid der dingen is. Hij wou het niet weten, toch niet aan de vooravond van de tijdrit in Albi, toen hij nog stuk zat van een eerdere valpartij. Dat is zeer des wielrennen: wanhoop neemt het altijd over van de ratio, ook bij de zogenaamd slimmere renners. De binnenkant van doping is een soort doodsverlangen. Zie ons eens lekker tegen de lamp lopen! Het schavot al even paradijselijk als het podium. De genade van sterven: een heldenleven, tenslotte.
Natuurlijk stond de Tour op stelten. Aleksandr Vinokoerov positief: dat is erger dan Katja Schuurman die in Amstelveen in de vangrails hangt. Dit is een ontluistering zonder weerwoord. Vino was niet voor niets de gedoodverfde winnaar in Parijs. Tijdrijder, tempobeul, klimmer, een van de weinige renners die Lance Armstrong pijn kon doen. Dan ben je iemand.
Dopingcharlatan
De positieve dopingcontrole van de Kazachstaanse vedette was een godsgeschenk voor Rabobank. Ineens was er geen aandacht meer voor het duistere gedrag van Michael Rasmussen. Rasmussen is namelijk geen vedette, en zal dat ook nooit worden. Mocht hij alsnog in de gele trui in Parijs staan, dan zal deze winnaar van de Tour de geschiedenis ingaan als dopingcharlatan. Weliswaar zonder tastbaar bewijs, maar, wat veel erger is, met de onherstelbaarheid van de insinuatie.
Voor de Rabobank van Theo de Rooij is sowieso geen eer meer weggelegd. De ploeg had, na het vuurwerk van verdachtmakingen over de kopman, de Tour moeten verlaten. Zoals Astana. Met een groots gebaar van verachting. In de glorie van diepe verongelijking. Maar dat krijg je niet aan het verstand van kruimeldieven uit de polder.
Niemand wil Rasmussen nog, de UCI niet, de organisatie van de Tour niet, de bloemenmeisjes al helemaal niet. Houd dan de eer aan jezelf, zou ik denken. Ook al danst hij vandaag Alberto Contador in de vernieling op de Aubisque, dan nog zal er geen legende kleven aan Michael Rasmussen. Zijn lot als verdachte is bezegeld. Zoals dat van Vinokoerov, als veroordeelde.
De Rabo? Luizen in boerengeluk.
Hugo Camps