door
Paul de Hen
26 sep 2007
De laatste persconferentie van Nick Witney, de scherpzinnige Britse topambtenaar die tot 1 oktober de eerste chef is van het Europees Defensie Agentschap (EDA). De opdracht van het EDA, in 2004 op verzoek van de EU-lidstaten opgericht door Witney, is, zoals hij zegt, helpen om de bijna tweehonderd miljard euro per jaar die de lidstaten voor defensie beschikbaar hebben efficiënter uit te geven.
Gedragscode
Tegelijkertijd is er ook nog een industriepolitiek doel, de versnipperde Europese defensie-industrie helpen, maar dan wel in een markt met meer concurrentie dan nu gebruikelijk is.
Het eerste serieuze succes van Witney en zijn staf was, bijna alle inkoopdirecteuren van de ministeries van defensie van de bij het Agentschap aangesloten landen (alle EU-leden behalve Denemarken) zover te krijgen dat ze defensieorders EU-wijd publiceren, via een speciaal, gesloten circuit, en zich bij het plaatsen van de orders binden aan een code die voortrekken van nationale leveranciers moet tegengaan.
Testfaciliteiten
Deze dinsdag konden Witney en zijn tweede man Hilmar Linnenkamp uit Duitsland, nog een succes melden, een akkoord over een tweede code. Ditmaal voor het uitwisselen van informatie over nieuwe investeringen in testfaciliteiten voor defensie-uitrusting – de watertanks waarin nieuwe scheepsmodellen getest worden, windtunnels voor vliegtuigontwerpen, testbanen voor geschut, dat soort dingen.
Het oorspronkelijke idee om de volgens de experts overmaat aan testfaciliteiten te saneren en dus deels te sluiten bleek onhaalbaar, geeft Witney toe. Alleen al omdat er iets van veertigduizend mensen hun brood verdienen. Het wordt dus een geleidelijke sanering, via het sturen van investeringsbeslissingen. Althans, dat is de bedoeling.
Weerstanden
In het eigen blad van het Agentschap schrijft de scheidende chef: ’De Brusselse cultuur is te weinig gericht op het behalen van resultaten of op het bewerken van veranderingen in de echte wereld buiten.’ Dat is beleefd geformuleerd scherpe kritiek op de weerstanden die hij in die drie jaar ontmoette.
Witney wordt opgevolgd door een Duitser, Alexander Weis, nu nog plaatsvervangend inkoopdirecteur van het Dutise ministerie van Defensie.
Wat gaat Witney nu doen? Niet terug naar Londen. Hij verlaat de ambtelijke dienst en gaat per 1 januari werken voor een nieuwe denktank, de European Council on Foreign Relations, geleid door zijn landgenoot Mark Leonard, een vooraanstaande buitenland-expert. Miljardair en filantroop George Soros is een van de financiers van dit ambiutieus opgezette project.