door
Administrator
26 sep 2007
Schimmige benoemingsprocedure burgemeesters is het gevolg van bestuurlijk gerommel van afgelopen jaren. ‘Utrecht’ bewijst dat het zo niet langer kan
Carla Joosten
In de meeste gemeenten verloopt de benoeming van een nieuwe burgemeester geruisloos, maar het gaat ook geregeld mis, zoals nu in Utrecht, waar twee PvdA'ers strijden om het burgemeesterschap en een van die twee het te houden referendum wil uitstellen.
De gang van zaken illustreert hoeveel misverstanden er leven over de benoemingsprocedure. Zo ventileerde Rita Verdonk vorige week op televisie dat de VVD haar het burgemeesterschap van Rotterdam zou hebben aangeboden. En ze voegde eraan toe: ‘Maar daar gaan de burgers van Rotterdam over.’
Twee keer mis: zowel de VVD als Verdonk heeft ongelijk. De belangrijkste partij in de benoeming is nu de gemeenteraad. Dat in sommige gemeenten de bevolking nog mag kiezen tussen de twee kandidaten die volgens de gemeenteraad de beste zijn, is maar een slap aftreksel van de gekozen burgemeester.
Die is er immers nooit gekomen. Het derde kabinet-Balkenende wilde dat wel, maar in de Eerste Kamer stak de PvdA er in maart 2005 een stokje voor, waarna D66-minister Thom de Graaf aftrad. (De Graaf is inmiddels benoemd tot burgmeester van Nijmegen.)
Vertrouwenscommissie
Intussen groeide de rol van gemeenteraden. In samenspraak met de commissaris van de Koningin maakt de vertrouwenscommissie uit de raad een selectie uit binnengekomen sollicitanten. De kandidaten zijn vaak weer aangespoord door de burgemeesterslobbyisten in de Tweede Kamer: een soort headhunters die trachten te bevorderen dat de eigen partij zoveel mogelijk burgemeestersposten binnenhaalt. Ze houden de vacatures in de gaten en attenderen partijgenoten erop.
Zodra als de vertrouwenscommissie aan het werk is, heeft Den Haag het nakijken. De vertrouwenscommissie doet een aanbeveling aan de gemeenteraad, die op haar beurt een aanbeveling doet aan de minister van Binnenlandse Zaken. Sinds 2001 is de minister nooit meer van een aanbeveling afgeweken.
Praktisch gezien bestaat nu dus een systeem van een gekozen burgemeester, maar dan door de gemeenteraad.
Referendum
Intussen kunnen gemeenten ook een referendum houden, voordat de aanbeveling aan de minister de deur uit gaat. Aan deze referenda kleven nadelen: ze wekken de indruk dat het publiek kan kiezen, terwijl de gemeenteraad de zwaarste stem heeft. Referenda weerhouden kandidaten bovendien om te solliciteren omdat ze niet als verliezer te boek willen staan.
Het vierde kabinet-Balkenende heeft afgesproken niets aan bestuurlijke vernieuwing te doen. PvdA-minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken en tot voor kort de benoemde burgemeester van Nijmegen) heeft de gekozen burgemeester zelfs helemaal ten grave gedragen.
Maar de schimmige procedure van nu zal tot frustratie bij het publiek, en bij mogelijke kandidaten, blijven leiden.
De even hilarische als treurige situatie die nu is ontstaan in Utrecht, waar twee van haar partijgenoten elkaar de burgemeesterspost bevechten maar één van die twee ook een kandidaat van een andere partij wil, dwingt Ter Horst om de procedure met spoed te herzien.