door
Gerlof Leistra
11 sep 2007
Alle media waren gisterochtend uitgerukt voor de ‘herstart’ van het megaproces tegen Willem Holleeder in de extra beveiligde rechtszaal (de ‘Bunker’) in Amsterdam-Osdorp. De beruchtste hartpatiënt van Nederland oogde redelijk fit en had zijn Amsterdamse bravoure weer terug.
Reclamecampagne
Met verve speelde hij de vermoorde onschuld. Alle verhalen over afpersing van vermogende vastgoedhandelaren zijn volgens de vermeende maffiabaas een ‘reclamecampagne’ van het Openbaar Ministerie. Met een brilletje op zijn Neus – door de aanwezige tekenaren afgebeeld als een wapen op zich – bladerde Holleeder rustig door zijn met groene stift gemarkeerde dossierstukken en maakte geregeld aantekeningen.
Hij gedroeg zich beleefd tegenover de rechters en de parketpolitie. De nabestaanden van de geliquideerde Kees Houtman en Thomas van der Bijl zaten zich intussen te verbijten op de publieke tribune. Zij zeggen een andere Willem te kennen: de gewetenloze afperser en moordenaar van hun broers. ‘Hij heeft kinderen hun vader afgepakt’, vertelde een zus van Houtman mij tijdens een schorsing van de zitting.
Ze vertelde dat één van de medeverdachten van Holleeder vrijwel dagelijks demonstratief door het straatje van haar schoonzus rijdt. Langs het huis waar Houtman in 2005 werd doodgeschoten. ‘Allemaal intimidatie! Die jongen heeft daar niets te zoeken.’
Straatverbod
Als haar verhaal klopt, zou dat schandalig zijn. Justitie vervolgt de man nota bene voor afpersing van Houtman. Hij is uit voorlopige hechtenis vrijgelaten op voorwaarde dat hij geen contact heeft met zijn medeverdachten en de getuigen met rust laat. De weduwe van Houtman is één van die getuigen. Een straatverbod voor de vermeende afperser van haar vermoorde man lijkt mij wel het minste om haar te beschermen.
Op weg naar huis kreeg ik uit de gevangenis een telefoontje van de Brabantse crimineel Ron Nyqvist. Hij zit een straf uit van 20 jaar voor de dubbele moord in 2001 op de tweelingbroers Eric en Rob Driesen. Vanuit de bajes runt hij met een vriend het Golden Glory-team, één van de belangrijkste spelers in de internationale K1-competitie.
Ron is teleurgesteld dat ik afgelopen week in een Elsevier-artikel over de banden tussen vechtsporters en de onderwereld schreef dat een mislukte deal het motief was voor de dubbele moord op de broertjes Driesen. Dat is inderdaad wat kort door de bocht. In mijn boek Op leven en dood. Wie is wie in de Nederlandse onderwereld, heb ik de zaak uitvoeriger beschreven. Aanleiding voor het conflict was weliswaar een hoogoplopende ruzie over een mislukte vastgoeddeal, maar het directe motief voor Nyqvist was wraak.
Stom geluk
Samen met zijn vriendin ontsnapte hij door stom geluk aan een bomaanslag op zijn leven. Naar zijn zeggen in opdracht van Willem Endstra – die een dubieuze rol speelde bij de vastgoeddeal - was de bom aangebracht onder een auto die Nyqvist in bruikleen had van de broers Driesen. Die waren volgens hem op de hoogte van de aanslag.
Net als Willem Holleeder, zegt Nyqvist in mijn boek: ‘Die voerde de opdracht voor Endstra uit. Toen ik hem later verweet dat mijn vriendin naast mij zat, vond Holleeder dat ik niet moest zeuren: ‘’Die bom zat toch aan jouw kant!’’’ Ook over deze aanslag speelt Holleeder uiteraard de vermoorde onschuld.
Terwijl hij zichzelf probeert vrij te pleiten, zien de tekenaars in de zaal zijn Neus groeien. Straks heeft die de omvang van een raket en moeten we wéér uitwijken!
Lees meer in het Dossier Willem Holleeder