door
Administrator
8 sep 2007
De commissie-Dijkstal is te vriendelijk voor de veelverdieners in de zorg en bij oud-overheidsbedrijven. Wie echt veel wil verdienen moet bij een risicodragende onderneming gaan werken
Arthur van Leeuwen
Hoe dichter op de overheid als werkgever, hoe strenger de inkomenseis. Langs die lijn opereert de commissie-Dijkstal om politiek draagvlak te vinden voor inkomensmatiging onder topambtenaren bij overheid en semi-overheid.
Afgelopen week bracht de commissie advies uit om uit de impasse te komen over de topinkomens. Het lijkt zinnig op het eerste gezicht: je kunt nu eenmaal Nout Wellink als opperbankier van De Nederlandsche Bank niet zo weinig betalen dat de financiële wereld hem uitlacht.
Maar de oplossing van de commissie-Dijkstal staat te ver af van wat moreel aanvaardbaar is. De commissie redeneert als volgt. Er zijn drie typen bestuurders. Een: de bestuurders van universiteiten, hogescholen, waterleidingbedrijven en bijvoorbeeld de publieke omroep. Zij worden direct uit belastinggeld betaald, dus krijgen ze ‘Balkenende-norm’ van maximaal 171.000 euro per jaar opgelegd.
Fatsoen
Het kost PvdA-minister Ronald Plasterk nu al de grootste moeite om de universiteitbestuurders tot hun fatsoen te roepen, dus het is maar de vraag of dat al lukt.
Het tweede type bestuurder staat op iets meer afstand van de overheid: bij corporaties, ziekenhuizen en zorginstellingen. Die zouden volgens het advies zelf een code moeten opstellen voor topbeloningen. De bedragen die daar om gaan – 350.000 euro is heel gewoon – zijn schandalig hoog.
Het tegenargument is dat het meestal om private organisaties gaat. Maar ze zijn opgetrokken op een fundament van belastingen, huren en verplichte premies zoals voor de ziektekostenverzekering. Dat is ook publiek geld en dus past bescheidenheid.
'Zakkenvullers'
Het derde type is blikvanger als het gaat om publieke discussies over ‘zakkenvullers’. Dijkstal wil niet ingrijpen bij bedrijven als Essent of Nuon, omdat die zijn geprivatiseerd. Het is schijn: provincies en gemeenten zijn namelijk de grootaandeelhouders. Bovendien kunnen mensen moeilijk zonder stroom of gas.
De dubbele moraal van de overheid kan niet beter worden geïllustreerd dan aan de weigering van provincies en gemeenten om als aandeelhouder in te grijpen bij de riante beloning van energiebazen: ze willen het dividend niet in gevaar brengen.
Openbaar
Er is al een hele slag gewonnen doordat topinkomens openbaar zijn. Maar de kern blijft dat het geen pas geeft om de grote bedrijfsmeneer of -mevrouw uit te hangen van publiek geld.
Het advies zou dan ook moeten luiden: Wilt u echt een paar ton meer verdienen? Probeer dat dan maar bij een risicodragende onderneming zonder dekking van brave belastingbetalers.