door
Administrator
7 sep 2007
De opwinding over het 'onparlementaire' taalgebruik van Wilders is hypocriet. Politici van alle partijen vinden het al jaren geen probleem elkaar voor rotte vis uit te maken
Frank van Hoorn
Opgewonden Kamerleden die zich verdringen bij de interruptiemicrofoon in een vergeefse poging de woedende woordenstroom van islamslager Geert Wilders effectief te breken.
Teleurgestelde Kamerleden die na afloop verzuchten dat de PVV-leider het debat weer vakkundig ‘gegijzeld’ heeft. En een minister-president die Wilders zalvend (‘woorden kunnen wonden slaan’) tot de orde roept.
Knettergekke vertoning.
Duitsers
De ophef over het taalgebruik van Wilders is bovendien hypocriet: Jan Marijnissen (SP) noemt iedereen te pas en te onpas ‘asociaal’.
Tineke Huizinga (ChristenUnie) – toen nog Kamerlid, nu bewindspersoon - vond het nog niet zo lang geleden passend het uitzetbeleid van toenmalig minister Rita Verdonk (VVD) te vergelijken met de manier waarop de Duitsers de Joden kwamen ophalen.
Diezelfde Rita Verdonk werd nota bene door een partijgenoot voor ‘kutwijf’ versleten.
Dolkstoot
Maar die harde woorden vallen doorgaans buiten de muren van parlementsgebouw. Je kunt van Wilders zeggen wat je wilt: hij heeft tenminste de moed minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar (PvdA) recht in het gezicht en ten overstaan van een kokende Kamer te beledigen.
Een stuk minder vals dan een dolkstoot in de media.
Sluiertaal
Wat is er trouwens zo erg aan het woord ‘knettergek’? Alles beter dan die afgrijselijke sluiertaal waarvan politici zich doorgaans bedienen. Het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie spreekt in zijn coalitieakkoord bijvoorbeeld over ‘een verplichtende aanpak’ van inburgering.
Als je dwang bedoelt, waarom zeg je dat dan niet gewoon?
Bovendien: tot voor kort noemde Geert Wilders alles steevast een ‘schande’ of een ‘grof schandaal’. Dat hij nu het woord ‘knettergek’ aan zijn repertoire heeft toegevoegd, mag vooruitgang heten.