Balkenende en Bos willen dat Europese landen hun reddingsacties op elkaar afstemmen. In navolging van Amerika klintk de roep om een Europees noodfonds. Een bureaucratisch en voorbarig plan
Terwijl het Amerikaanse Congres en de regering van George W. Bush een nieuwe poging wagen het eens te worden over een noodfonds voor de financiële sector van 700 miljard dollar, willen CDA-premier Jan Peter Balkenende en PvdA-minister van Financiën Wouter Bos dat Europese landen hun reddingsacties op elkaar gaan afstemmen.
Elk land zou 3 procent van zijn bruto binnenlands product (alles wat een land in een jaar produceert) moeten reserveren voor noodhulp. Andere, zoals de Franse regering, gaan verder. Zij willen een heus Europees noodfonds.
Voorbarig
Het is een voorbarig, bureaucratisch en gevaarlijk idee. Ja, er is een handvol Europese banken gered door hun overheden, maar de problemen hier lijken in de verste verte niet op die in de Verenigde Staten waar cruciale financiële bedrijven zijn omgevallen, zoals AIG, de grootste verzekeraar ter wereld.
Er is geen instituut dat grensoverschrijdende banken kan redden, zeggen voorstanders van Europese noodhulp.
Nou en? Bij de redding van Fortis gingen de centrale bankiers uit België, Nederland en Luxemburg een paar dagen bij elkaar zitten en klaar was kees. Europa kent al genoeg overbodige bureaucraten.
Graait u maar
Daarbij is het gevaarlijk om al te enthousiast met belastinggeld te gaan strooien richting bankiers. De overheid kan niet anders dan belangrijke banken redden als ze omvallen: anders breekt grootschalige paniek uit en stort het financiële systeem en daarmee de economie in.
Maar die hulp moet alleen in uiterste nood worden verleend. Anders kunnen overheden de schatkist voorgoed openzetten en zeggen: graait u maar.
Bekijk ook de video van Marike Stellinga