door
Robbert de Witt
10 okt 2008
Nout Wellink (links) en Wouter Bos maakten de miljardeninjectie gisteren bekend
Overheden ondermijnen met hun reddingsoperaties het vertrouwen van beleggers en burgers
Westerse overheden proberen het vertrouwen in de financiële sector te herstellen. Wat ze bereiken met hun reddingsoperaties van tientallen miljarden euro’s is het omgekeerde: minder vertrouwen. De Amsterdamse beurs daalde vanochtend ongekend na het nieuws dat de overheid 20 miljard euro beschikbaar stelt aan Nederlandse banken en verzekeraars.
Die reactie van beleggers is logisch. Want er klopt gevoelsmatig niks van de mededeling van Wouter Bos, PvdA-minister van Financiën en Nout Wellink, baas van de toezichthouder De Nederlandsche Bank, dat de Nederlandse banksector gezond is en toch 20 miljard euro belastinggeld nodig heeft.
Sluimerend wantrouwen
De crisis wordt pas tastbaar voor burgers en beleggers als ministers en centrale bankiers met serieuze en zwaarwichtige gezichten persconferenties gaan houden over steun aan het bankwezen. Daarmee bevestigen ze eigenlijk het sluimerend wantrouwen. Zie je wel, het is dus hartstikke mis met die banken, ook in Nederland.
Ook niet vertrouwenwekkend: Westerse overheden weten duidelijk niet welke maatregelen helpen om het vertrouwen tussen banken onderling te herstellen. De reddingsplannen van de Verenigde Staten (700 miljard dollar), Verenigd Koninkrijk (400 miljard pond) en Nederland (20 miljard euro) zijn totaal verschillend.
Paniek
De een koopt slechte leningen op, de ander geeft banken nieuw kapitaal. Economen verschillen hevig van mening welke van die twee het beste is. Ook door die verdeeldheid ondermijnen de reddingsacties het vertrouwen. Regeringen wekken de indruk in paniek hun eigen banken te willen redden.
Wat nodig is, is een eensgezinde aanpak van Westerse overheden. Europese landen herbergen banken waarvan het totaal aan leningen of spaartegoeden veel groter is dan de economie als geheel.
Eensgezind
Zo is het balanstotaal van bankverzekeraar ING bijna drie keer zo groot als ons nationaal inkomen. De Nederlandse overheid kan zo’n bedrijf dus bijna niet in zijn eentje redden.
De Westerse overheden ontmoeten elkaar op dit moment bij de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in Washington. Dé gelegenheid om te overleggen, - met elkaar en met de allerdeskundigste economen van de wereld - en om met een eensgezind reddingsplan te komen.