door
Syp Wynia
15 okt 2008
Icesave en Landsbanki: Twee IJslandse banken waar veel Nederlandse overheden spaargeld hebben
Lagere overheden blijken niet in staat degelijk met hun financiële reserves om te gaan. Er zit dan niets anders op om hen verplicht bij de staat te laten bankieren
Een reeks van gemeenten, enkele provincies en een waterschap en wellicht nog meer semi-overheden zijn in de problemen gekomen doordat ze hun geld hebben ondergebracht bij banken die niet aan hun verplichting blijken te kunnen voldoen. De provincie Noord-Holland spant de kroon met een gat van bijna honderd miljoen euro, een tiende van wat de provincie jaarlijks uitgeeft.
'Weinig fout'
Op papier hebben de gemeenten en de provincies niet zoveel fout gedaan. Ze dachten hun reserves te hebben ondergebracht bij banken in IJsland en Duitsland die voldoende solide waren. Noch De Nederlandsche Bank, noch private ratingbureaus als Moody’s en Standard and Poors hadden hen dat afgeraden.
Ze voldeden, voor zover na te gaan is, aan de in 2001 ingevoerde strengere wetgeving voor beleggen door gemeenten. Die wetgeving was het gevolg van het Ceteco-schandaal bij de provincie Zuid-Holland. Die provincie was riskant gaan beleggen en raakte geld kwijt, als gevolg waarvan de Commissaris van de Koningin moest vertrekken.
Wouter Bos, de PvdA-minister van Financiën, liet gisteravond weten dat hij de lagere overheden nu wil verplichten hun reserves bij de staat te deponeren of bij de Bank Nederlandse Gemeenten of de Nederlandse Waterschaps Bank. Die banken zijn in handen van de staat en andere overheden en zijn speciaal opgericht voor het financieren van overheden en bijvoorbeeld woningcorporaties.
Betrouwbaarheid
De winst vloeit ook weer terug naar de deelnemende overheden. Vanwege hun eigendomssituatie wordt hun betrouwbaarheid bijna zo hoog aangeslagen als die van de staat zelf. Of de staat wel dergelijke banken zou moeten exploiteren is een andere vraag, die in de huidige golf van het nationaliseren van het bankwezen even op de achtergrond is beland.
Met de maatregel haalt Bos wel beleidsruimte weg van de gemeenten en provincies. Dat is echter te daar aan toe, nu blijkt dat lagere overheden eigenlijk niet in staat zijn hun reserves voldoende degelijk te beheren.
Beetje zot
Het is bovendien een beetje zot dat een kleine gemeente als Zundert op eigen houtje uitvoerige onderhandelingen aangaat met banken om de beste rentevergoeding binnen te halen. Dat is niet de taak van gemeenten, daar zijn ze niet voor geëquipeerd en de gemeenteraad is niet in staat het toezicht uit te oefenen. Dan maar liever een inperking van de gemeentelijke vrijheid.
Deze nieuwe affaire over de omgang door gemeenten en provincies met belastinggeld werpt wel, wederom, een schril licht op die reserves zelf. Waarom hebben lagere overheden eigenlijk zoveel geld in kas? Al jarenlang is er ergernis over aanhoudende gemeentelijke lastenverhogingen en gebrek aan zelfdiscipline bij gemeentelijke uitgaven. De riskante omgang met de gemeentelijke spaargelden vormen een extra aansporing voor burgers om kritisch te zijn op wie ze in de gemeenteraad kiezen.