Het is gemakzuchtig om de salarissen van ministers nu niet te verhogen
Kamerleden bedrijven goedkoop populisme door zich uit te spreken tegen hogere beloning ministers. Ministers verdienen nog altijd te weinig, ook in tijden van crisis
Tjonge wat waren de Kamerleden van SP, GroenLinks en PVV weer heldhaftig voor de camera’s van RTL Nieuws.
Gemakzuchtig
De gemakzuchtige boodschap: nu de bevolking afkoerst op economisch zware tijden, geeft het geen pas om ministers 10 procent salarisverhoging te geven. Dat laatste had PvdA-minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst deze zomer al aangekondigd. De Kamerleden bedrijven een staaltje opportunisme en populisme van het zuiverste water.
Waarom? Omdat ministers internationaal gezien onderaan de loonlijst hangen. Dat was vorig jaar zo, en dat is nog altijd zo. Al in 2002 is de commissie-Dijkstal geïnstalleerd om uit zoeken wat een verstandig beloningsbeleid voor topinkomens bij de overheid is.
Internationaal gemiddeld
Dat heeft geresulteerd in een paar kloeke, in grote lijn zinnige rapporten. Een van de aanbevelingen was om ministers op een internationaal gemiddeld salaris te zetten, wat zou moeten resulteren in 30 procent verhoging – en daarvan wil Ter Horst nu de eerste 10 procent als onderdeel via het kabinetsbeleid verzilveren.
Wat verdient een minister? In ieder geval nog niet de Balkenende-norm van 176.000 euro. Dat zou pas het geval zijn als die 30 procent is doorgevoerd. Die norm is inmiddels wel de maat voor topfunctionarissen in de publieke sector. Maar de ministers zelf moeten het doen met 135.000 euro.
Als sprake is in de media van 169.000 euro, een veelgenoemd bedrag, dan is dat het fictief gemiddeld belastbaar jaarloon over 2007 voor alle ministers en niet het salaris dat zij krijgen overgemaakt. Daarin zit namelijk van alles en nog wat extra: privégebruik van de dienstauto, het pensioen en nog wat ingewikkelde posten die horen bij het – per definitie tijdelijke – ambt.
Kinnesinne
Intussen heeft de Tweede Kamer het er lelijk bij laten zitten, zelfs al sinds het vorige kabinet zijn standpunt bepaalde bij de voorstellen van de commissie-Dijkstal. Officieel staat een debat over het daaruit voortvloeiend wetsvoorstel voor een van de volgende weken op de agenda. Kom, dachten de Kamerleden: laten we alvast eens lekker scoren met kinnesinne.
Het kabinet moet de rug recht houden en niet zwichten voor populisme en sentimenten waarmee zes jaar grondig werk zomaar in de vullesbak verdwijnt.