door
Ron Kosterman
29 nov 2008
Kennelijk acht Plasterk de publieke omroep hoger in dan de commerciële omroepen
Minister Plasterk wil de publieke omroepen verder bevoordelen. Wie stopt die man?
Samen met achttien collega’s uit de Europese Unie wil minister Ronald Plasterk (PvdA) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat de Europese
Commissie de publieke omroepen met rust laat. Neelie Kroes wil de
regels voor staatssteun aan die omroepen juist verscherpen.
Concurrentievervalsing
De mededingingscommissaris wil dat alle nieuwe diensten die publieke omroepen gaan aanbieden, zoals websites en nieuwsuitzendingen via de mobiele telefonie, worden getoetst op concurrentievervalsing.
Plasterk, ooit columnist bij het publieke praatprogramma Buitenhof en de Volkskrant, wijst dat af. In zijn ogen moeten voor de media andere regels gelden dan voor de meeste bedrijfssectoren. Toezicht door het Commissariaat voor de Media is voldoende. ‘Europa moet dat niet gaan toetsen,’ zei hij vorige week in Brussel.
Vertroetelen
Hij erkende dat publieke omroepen altijd een concurrentievervalsend effect hebben, maar volgens hem heeft het publiek er ‘recht’ op het NOS Journaal via de website te bekijken.
Pardon? Heeft datzelfde publiek er dan geen recht op om de privaat gefinancierde nieuwsuitzendingen van RTL via de website te bekijken? Net als de meeste politici acht Plasterk de publieke omroep kennelijk hoger dan commerciële omroepen.
En dus mag van hem die vertroetelde publieke omroep, dankzij ruimhartige staatssubsidies, private concurrenten het leven zuur maken – nu ook al als het om nieuwe diensten gaat.
De Europese Commissie hoeft zich wat concurrentiebeleid betreft weinig aan te trekken van wat de lidstaten vinden. Dat moet de Commissie in dit geval dan ook maar niet doen.