door
Paul de Hen
19 nov 2008
Modellen van de Amerikaanse auto-industrie kunnen niet op tegen de beste producten uit Europa en Japan
Het gaat beroerd met de autoverkopen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Dus zijn de autofabrikanten op bedelpad. Waarom redden overheden wel de banken en niet ons? Vragen zij.
De drie grote Amerikaanse concerns, General Motors, Ford en Chrysler, hopen op 25 miljard dollar. In de Europese Unie (waar de de fabrikanten er overigens beter voorstaan dan de Amerikaanse grote drie) is zelfs sprake van 40 miljard euro. Maar de politiek aarzelt en is verdeeld, aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.
Niet onmisbaar
Met reden. Er is een fundamenteel verschil tussen steun aan de auto-industrie en steun aan het bankwezen. Het bankwezen is onmisbaar in iedere moderne economie. Als het ophoudt te functioneren houdt de economie zelf op te functioneren.
Als de auto-industrie ophoudt verliezen een paar miljoen mensen hun baan, zowel bij de fabrikanten als hun toeleveranciers, maar de rest van de economie kan best verder draaien.
Het verdwijnen van de auto-industrie is bovendien niet aan de orde. Het product auto is nog steeds machtig populair en er is geen sprake van dat lage lonenlanden nu al in staat zijn om de grote fabrikanten in het westen weg te spelen.
Nuttige sanering
De sector kampt bovendien in de oude industrielanden al jaren met problemen. Er is sprake van overcapaciteit. De Amerikaanse grote drie kunnen met hun modellen en methoden niet mee met de beste producenten uit Japan en Europa. Dan is een sanering nuttig.
Allemaal argumenten om geen steun te geven. Zeker in de Amerikaanse situatie, waar de faillisementswetgeving ('Chapter 11') het beter dan in Europa mogelijk maakt om bedrijven in moeilijkheden rustig te herstructureren.
Toch is er een andere kant. De ondergang van een sector kan desastreus zijn voor streken waar bijna iedereen in die sector werkt. Het beste recept is niet de bedrijven permanent overeind houden, maar proberen met een slimme industriepolitiek te voorkomen dat hun ondergang hele steden meesleept, met alle sociale consequenties van dien.