Ik ben gek op weetnietkunde. Ik vind ook dat het belang van niet-weten stelselmatig wordt ondergewaardeerd ten opzichte van het belang van weten.
Iedereen denkt bijvoorbeeld dat wetenschap over weten gaat. Ten onrechte. De drijvende kracht van wetenschap is niet-weten.
Een onderzoeker weet niet hoe iets in elkaar steekt en begint vervolgens een laboratoriumonderzoek dan wel een literatuurstudie om dat uit te knobbelen.
Niet-weten is een nimmer opdrogende bron van nieuwsgierigheid. Niet-weten is kijken naar de Mount Everest of de K2, weten is daar boven op staan. Niet weten is begeerte, weten is de vervulling daarvan. Niet-weten is de vraag, weten het antwoord. Niet-weten is onderzoek, weten is onderwijs.
Verbazing
Ik heb er in Elsevier wel eens over geschreven, in de inleiding van het eerste nutteloze feitenboek dat ik samen met Hein Meijers heb geschreven, stond ik er bij stil, ik heb zelfs ooit in een brainstormgroep voorgesteld om van het Evoluon een museum voor het niet-weten te maken. Kortom, het onderwerp intrigeert me al heel lang.
En ik ben niet de enige. Ik was eens in Bernkastel-Kues, een prachtig dorpje aan de Moezel, en kwam min of meer per ongeluk terecht in het geboortehuis, tevens museum, van Nicola Cusano, ook wel Nicolaas van Cues genoemd. Dat was een filosoof uit de vijftiende eeuw, later kardinaal geworden (daarom heten sommige Moezelwijnen wel kardinaalswijn), die tot mijn verbazing een proefschrift geschreven bleek te hebben over het belang van niet-weten.
Ook Henk Tennekes, voormalig researchdirecteur van het KNMI, heeft ooit eens een boekje gewijd aan de weetnietkunde.
Grensvlak
Vorige week was er een hooglerarenconferentie op de Technische Universiteit Delft en daar benadrukte tot mijn grote genoegen Jacob Fokkema, hoogleraar geofysica en rector te Delft, het belang van niet-weten in het academisch onderwijs.
Even in mijn woorden, Fokkema stelde dat wanneer je als hoogleraar hardop tegen je studenten zegt dat er weliswaar veel is dat je weet maar dat er nog veel meer is dat je niet weet, dan daag je die studenten uit om mee te denken.
Hij gaf er nog een leuke filosofische draai aan. Hij liet twee tekeningen zien van eilandjes in een onmetelijke oceaan. Het waren eilandjes van weten in een oneindige oceaan van niet-weten.
Interessant, zei Jacob, is juist het grensvlak tussen weten en niet-weten. Wie zich daar bevindt, weet wat hij niet weet en kan daar gericht naar zoeken. Het probleem nu is dat op een klein eiland het grensvlak met de oceaan maar klein is. Je weet weinig, er is waanzinnig veel dat je niet weet, maar je komt weinig met dat niet-weten in aanraking.
Leuke draai
Op een groter eiland loop je natuurlijk altijd het risico dat je gaat denken dat het eiland de wereld is (de arrogantie van de wetenschap) maar als je een beetje om je heen kijkt, is er heel veel strand waar je over de oceaan kunt kijken.
Een leuke draai. Niet-weten is belangrijk maar je weet pas echt wat je niet weet als je veel weet.