door
Syp Wynia
25 feb 2008
SP-leider Jan Marijnissen maakt niet duidelijk waarom Wilders en Verdonk ‘extreem-rechts’ zouden zijn en vergeet gemakshalve zijn eigen extreem-linkse wortels.
Syp Wynia
Jan Marijnissen noemde in een rede voor de partijraad van zijn Socialistische Partij de bewegingen van Geert Wilders en Rita Verdonk ‘extreem-rechts’. De partijleider van de SP verwees naar de Apartheid in Zuid-Afrika, de rassenscheiding in de Verenigde Staten, de oorlogen op de Balkan, de volkerenmoord in Rwanda, de crisis in Noord-Ierland en gebeurtenissen in Nigeria.
Dat is wat je te wachten staat als je discrimineert, en dat is wat Wilders volgens Marijnissen doet. Zijn verwijten aan Verdonk waren minder precies.
Grotesk
De rabiate aanval van Marijnissen op zijn collega’s in de oppositie is bepaald grotesk. Volgens de SP-leider maken Wilders en Verdonk, of in ieder geval Wilders, ongeoorloofd onderscheid tussen mensen om wie ze zijn. Wilders’ kritiek op de islam betreft echter een ideologie, zij het een religieuze ideologie, die door Wilders als een bedreiging van de westerse rechtsstaat wordt ervaren.
Als afgeleide daarvan bepleit Wilders ook de inperking van de immigratie van moslims naar Nederland. Als Marijnissen al gelijk zou hebben met zijn ‘ongeoorloofd onderscheid’ betreft het die laatste, door Wilders voorgestane maatregel.
Want het kritiseren van een ideologie, ook als is het een religieuze ideologie, is geen ‘ongeoorloofde discriminatie’. Maar of Marijnissen dat bedoelt, maakte hij niet duidelijk. En waarom Verdonk zou discrimineren, een ‘valse profeet’ dan wel ‘extreem-rechts’ zou zijn werd nog minder duidelijk, want Marijnissen betichtte haar er tegelijkertijd van nog helemaal geen standpunten te hebben.
Selectief
Marijnissen is bovendien wel heel selectief in zijn voorbeelden. Zelf heeft hij nooit behoorlijk afstand genomen van de wortels van zijn eigen politieke ideologie, de ideologie van extreem-links, die van Lenin, Stalin en Mao; een ideologie die meer slachtoffers heeft gemaakt dan enige andere.
Het is de vraag of Jan Marijnissen wel het morele gezag heeft om collega-politici op onduidelijke gronden en met grote woorden in diskrediet te brengen. Hij zwaait wel met diskwalificerende etiketten, maar waarop hij die baseert, maakt hij niet duidelijk.