door
Misdaad & Straf Straf
21 mrt 2008
De zaak-Ina Post volg ik al jaren. Het is een van de vele misdaaddossiers die mij niet loslaten. Inmiddels 21 jaar geleden werd bejaardenverzorgster Ina Post (31) tot zes jaar veroordeeld wegens doodslag in augustus 1986 op de 89-jarige mevrouw Kolstee-Sluiter.
Tegen twee recherche-koppels en twee officieren van justitie had Post bekend dat ze de vrouw had gewurgd. Maar die bekentenissen trok ze nog voor de rechtszaak in. Sindsdien houdt Ina Post vol onschuldig te zijn. De zaak zelf is al verjaard.
Twijfels
In september 1989 publiceerde ik, samen met collega José van der Sman, in Elsevier een grote reportage over die zaak onder de kop: ‘Vermoorde onschuld of onschuldig aan moord?’
Voor dat verhaal sprak ik uitvoerig met onder anderen Ina Post en haar moeder, haar toenmalige echtgenoot Han, met Annie Bijnoord (auteur van het eerste boek over de zaak), met haar opeenvolgende advocaten, haar humanistisch raadsman, haar reclasseringsambtenaar, diverse rechercheurs en met gedragsdeskundige professor Zeegers.
Op basis van al die gesprekken had ik twijfels. Bij twijfel gaat de verdachte normaal gesproken vrijuit. Maar Ina Post dus niet.
Grote druk
Na de publicatie hield ik contact met diverse betrokkenen en de twijfel bleef. Wel viel het mij op dat Ina Post bij diverse herzieningsverzoeken aan de Hoge Raad en vooral in de publiciteit hardnekkig vasthield aan haar verhaal. Ook toen ze al lang weer vrij was. Kern van haar betoog was - en is - dat ze onder grote druk had bekend. Maar dat kon ze niet bewijzen.
In zijn afgelopen woensdag verschenen rapport in het kader van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken concludeert een driemanschap van deskundigen dat er destijds geen sprake was van ongeoorloofde pressie op de verdachte.
Wel hebben recherche en Openbaar Ministerie een onvolledig dossier aan de rechters voorgelegd. De kritiek op het onderzoek is niet mals.
Juichen
Dat lijkt gunstig voor het lopende vijfde herzieningsverzoek van Ina Post bij de Hoge Raad. Maar tot mijn verbazing stelt het driemanschap op grond van nieuw technisch onderzoek dat het slachtoffer mogelijk uren eerder is overleden dan werd aangenomen. Iedereen ging uit van circa 18.30 uur, maar dat zou eerder rond een uur of 13.00 uur zijn, aldus het rapport.
Als dat klopt – ik ben geen deskundige op dat gebied, maar heb wel ‘medische’ vragen – heeft Ina veel uit te leggen. Zij werkte de bewuste dag namelijk van 15.00 tot 16.00 uur bij mevrouw Kolstee en heeft dat ook nooit ontkend.
Dan zijn er twee mogelijkheden: het nieuwe tijdstip klopt van geen kant of Ina weet meer van de dood van mevrouw Kolstee. Ina zelf en haar advocaat Geert-Jan Knoops beschouwen het rapport als eerherstel. Ik zou niet te vroeg juichen.