door
Simon Rozendaal
8 mrt 2008
Niet verlengen van de vergunning voor mosselkwekers is trieste dag voor Nederland, met de milieubewegingen, de Raad van State en lakse ministers als schuldigen
Simon Rozendaal
Wat er met de term duurzaam wordt bedoeld, weet geen hond. Maar welke definitie ook wordt gehanteerd, de wijze waarop de mosselbranche omgaat met de Waddenzee, is duurzaam. Al drie, vier generaties halen vissers mosselen uit de Waddenzee. Al die tijd is het goed geweest voor de vissers, voor de Waddenzee en voor het imago van Nederland.
Het is een soort tuinieren, da's alles. De kwekers vissen ondermaatse mosseltjes op van het ene perceel en verplaatsen die naar een ander, waar ze beter kunnen groeien. Na verloop van tijd halen ze de joekels omhoog en verplaatsen die naar de Oosterschelde, waar ze het zand kwijtraken alvorens in een dampende zwarte mosselpan te belanden.
Goed voor Nederland
Het is een archetypische win-winsituatie. De vogels bijvoorbeeld zijn er onmiskenbaar beter van geworden. Voordat de mosselcultuur zich een halve eeuw geleden noodgedwongen van de Oosterschelde naar de Waddenzee verplaatste, kwamen er bijvoorbeeld vrijwel geen eidereenden op de Waddenzee voor.
Goed voor Nederland ook. De Zeeuwse (lees: Wadden-)mossel is de vetste en dus smakelijkste mossel ter wereld, zo weten onze zuiderburen.
De afgelopen week kwam het einde van deze bedrijfstak echter naderbij. De Raad van State koos de zijde van de milieubeweging en verwierp de halfjaarlijkse vergunning die het ministerie de mosselkwekers had gegund. Een trieste dag voor Nederland. Beschamend ook dat de Vogelbescherming Nederland en de Waddenvereniging hun vreugde uitspraken over de moord op de mossel.
Uit met de pret
Voor 2008 en 2009 zijn er nog wel een paar mosselen van eigen bodem, maar in 2010 is het uit met de pret.
Debet hier aan zijn: de genoemde milieugroepen, de Raad van State, enkele academische wetenschappers, plus Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome, die in ruil voor enkele zilverlingen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij als adviseur een akkoord bekokstoofde waarin kokkels en mossels zoenoffer waren voor de permissie om schuin naar aardgas te boren.
Achtereenvolgende ministers van Landbouw en Visserij stonden erbij en keken ernaar.