door
Syp Wynia
29 mei 2008
Aanblijven Israëlische premier berokkent de politiek allengs meer schade en is symptoom van een verziekt establishment
Oene van der Wal
De Israëlische minister van Defensie Ehud Barak roept zijn eigen premier, Ehud Olmert, op om op te krassen. Het zal je coalitiepartner maar zijn. Maar het kan nóg gekker: in februari deed Olmerts rivaal en partijgenoot Tzipi Livni namelijk hetzelfde. De premier weet echter van geen wijken.
Olmert ligt al geruime tijd onder vuur. Eerst waren er rapporten over de tweede Libanon-oorlog (zomer 2006), waaruit onder meer bleek dat het Israëlische leger zonder deugdelijk plan ten strijde was getrokken. De toenmalige minister van Defensie en de chef-staf van de strijdkrachten ruimden het veld, Olmert bleef.
Vervolgens kwamen er verschillende onderzoeken naar corruptie en het aannemen van geld. De premier zou in de jaren negentig bedragen hebben geaccepteerd van een rijke Amerikaans-joodse zakenman. Of de zaak juridisch hard genoeg voor een aanklacht is vooralsnog onduidelijk. Maar mocht die er komen dan is Olmert bereid zijn post op te geven, heeft hij verklaard. Mogelijk neemt Livni dan zijn plaats in. Maar een ander scenario is dat er nieuwe verkiezingen komen.
Schade
Olmerts aanblijven berokkent de Israëlische politiek allengs meer schade en is symptoom van een verziekt politiek establishment, waarin de meeste Israëlische burgers allang geen vertrouwen meer hebben. De socialist Ehud Barak is zelf allerminst brandschoon. En vorig jaar moest nota bene de president Moshe Katsav aftreden wegens onder meer seksuele intimidatie.
De kwestie rond de schenkingen van de zakenman roepen bovendien vraagtekens op over de invloed van Amerikaanse joden op de Israëlische politiek. En het ‘vredeproces’ met de Palestijnse Autoriteit lijkt door de politieke crisis in Israël steeds meer te worden gehinderd.
Premier Olmert zou er daarom het beste aan doen om de eer die hem nog rest aan zichzelf te houden en de kiezer het laatste woord te geven.