door
Misdaad & Straf
30 jun 2008
In Nederland kennen we het fenomeen van de forensisch beeldhouwer dankzij de zaken van ‘Het meisje van Nulde’ en ‘Het Maasmeisje’. Vertoning op televisie van hun in Engeland gemaakte gezichtsreconstructies gaf de onbekende slachtoffertjes eindelijk hun identiteit terug. De ‘dodenmaskers’ zijn een driedimensionale variant in gips of klei van de aloude compositietekening.
Fascinerend boek
De Amerikaan Frank Bender geldt wereldwijd als de beste ‘gezichtsdetective’. Over zijn loopbaan schreef journalist Ted Botha een fascinerend boek: De forensisch beeldhouwer. Het waargebeurde verhaal van de man die gezichten van doden reconstrueert (uitgeverij Forum). De afgelopen decennia maakte Bender vele tientallen succesvolle reconstructies.
Aan de hand van Benders rol in de oplossing van een groot aantal zaken schetst Botha het bijzondere levensverhaal van een losgeslagen kunstenaar die bij zichzelf een uniek talent ontdekte. Door schedels goed te bekijken en te vergelijken weet Bender opvallende gezichtskenmerken te achterhalen.
Moeiteloos
Ook bij de ontmaskering van ontvluchte criminelen en gezochte moordenaars zet Bender de recherche geregeld op het juiste spoor. Ogenschijnlijk moeiteloos geeft hij aan hoe iemand er twintig jaar na dato uitziet. Alsof hij hun beeltenis op zijn netvlies krijgt en hun portret alleen nog hoeft te boetseren.
De Amerikaanse FBI investeerde midden jaren tachtig van de vorige eeuw liever in een computersysteem om driedimensionale scans van schedels en hoofden te maken en dacht op termijn wel zonder de inbreng van kunstenaars te kunnen. Maar vorig jaar erkende een lid van de FBI in een toespraak voor de Academie van Forensische Wetenschappen dat door mensen gemaakte reconstructies toch effectiever zijn. De kop van Bender zou niet misstaan in hun portrettengalerij van superdetectives.