door
Paul de Hen
31 jul 2008
Het besluit van de Turkse opperrechters om AKP niet te verbieden, is voor Turkije een gelukkig besluit. Voor de Europese Unie
De Turkse opperrechters hebben het toch niet aangedurfd om de AKP te verbieden. Dat is de vaak als ‘gematigd islamistisch’ bestempelde partij geleid door premier Recep Tayyip Erdogan, die Turkije sinds eind 2002 met opmerkelijk succes regeert.
Bij de laatste parlementsverkiezingen haalde de AKP 46,6 procent van de stemmen, wat in het Turkse kiesstelsel een comfortabele absolute meerderheid in het parlement oplevert.
Democratie
Dit is voor Turkije een gelukkig besluit. In een land dat de pretentie heeft een democratie te zijn gaat het er niet om een partij te verbieden die door bijna de helft van de kiezers gesteund wordt. Ongeacht haar ideologie.
Ongetwijfeld is de machtsstrijd tussen de oude seculiere Turkse elite, waaruit ook de rechters gerecruteerd werden en de politieke en maatschappelijke nieuwkomers van de AKP, daarmee niet voorbij. De uitspraak van het Hof, die wel een halvering inhoudt van de subsidie voor politieke partijen die aan de AKP toevalt, is ‘een waarschuwing’, aldus de voorzitter van het Hof. Maar er is wel een belangrijke stap gezet.
Juridische staatsgreep
De uitspraak is lastiger voor de Europese Unie. Turkije onderhandelt sinds 2005 over toetreding. Dat was een omstreden besluit. Een verbod op de AKP was zonder meer een reden geweest om de onderhandelingen te staken, want het zou een juridische staatsgreep betekend hebben. Tegenstanders van Turkse toetreding hebben daar misschien in stilte wel op gehoopt.
Nu ontkomt de EU niet aan verder onderhandelen. Daarmee is toetreding overigens nog lang geen feit. Pas als Turkije aan alle toetredingseisen voldoet kan de vraag niet langer worden ontlopen of dit grote moslimland eigenlijk wel in de Unie thuishoort.