door
Syp Wynia
17 jul 2008
De verplichte inburgeringstoets voor Marokkaanse en Turkse familiemigranten is weliswaar hypocriet, maar hij werkte wel
Het tweede kabinet-Balkenende was een behoorlijk doortastend kabinet. Zo werden in de jaren 2004-2006 nieuwe regels ingevoerd voor importbruiden uit landen als Marokko en Turkije. De halende partner moest minstens 120 procent van het minimumloon verdienen en beide partners moesten minimaal 21 jaar zijn.
Basale kennis
Daar bovenop werd in het voorjaar van 2006 de verplichte ‘inburgeringstoets’ ingevoerd: een computerexamentje in eigen land waarin een basale kennis van Nederland en het Nederlands wordt getest. Pas als dat gehaald wordt, ontstaat recht op een voorlopige verblijfsvergunning voor Nederland.
Die laatste maatregel heeft hypocriete kanten. De meeste politici deden alsof de inburgeringstoets vooral beoogde de integratie in Nederland al in Turkije en Marokko te laten beginnen. Dat was niet onwaar, maar de achterliggende gedachte was zeker ook, dat er een drempel opgeworpen zou worden, waardoor de stroom eerste generatie-immigranten uit deze landen zou opdrogen.
Gehalveerd
Hypocriet of niet: de drempels hebben wel degelijk succes gehad. Ondanks het feit dat de inburgeringstoets zo makkelijk is dat negen van de tien aanvragers er al meteen voor slaagt hebben de maatregelen van Balkenende-II er toe bijgedragen dat het aantal gezinsmigranten uit Marokko en Turkije ongeveer is gehalveerd. Als ook het opleidingspeil van de importbruiden gemiddeld wat hoger is geworden is dat twee keer winst.
Daarom is het heel slecht nieuws dat de Amsterdamse rechtbank nu zegt dat het slagen voor dat toelatingsexamen geen voorwaarde mag zijn voor het verlenen van een voorlopige verblijfsvergunning.
Het kan nu dan wel vakantie zijn in Den Haag, maar dat mag geen reden zijn om de zaak op zijn beloop te laten. Ten eerste kan minister Maxime Verhagen (CDA) van Buitenlandse Zaken het verlenen van verblijfsvergunningen in probleemlanden tijdelijk opschorten.
Fraude
Ten tweede kan staatssecretaris Nebahat Albayrak (PvdA) van Justitie acuut tegen de uitspraak in beroep gaan en bovendien de Vreemdelingenwet snel repareren, zodat het parlement daar al in september over kan stemmen. En ten derde kan Albayrak van de gelegenheid gebruik maken om de slappe exameneisen op te schroeven en fraude – want dat komt ook voor – strenger te straffen.
Alleen met snel, doortastend ingrijpen kan voorkomen worden dat de sluizen weer opengaan.