door
The President's Man
29 jul 2008
Goed beschouwd is het een wonder boven wonder dat de Republikeinse presidentskandidaat John McCain het in de peilingen nog steeds zo goed doet tegen het magnetisme van Barack Obama.
Als conventionele wijsheid de politiek regeerde zou Barack Obama na deze week hard op weg zijn naar het Witte Huis. Maar dat is juist nog allerminst gezegd. McCain loopt landelijk zo’n zes procent achter op de senator uit Illinois. Een overkomelijk verschil. In een aantal doorslaggevende staten wordt de marge zelfs kleiner.
Presidentiële allure
Obama heeft net een reis door het Midden-Oosten en Europa achter de rug, die ook door sommige conservatieve commentatoren als een succes werd aangemerkt. Een moderne versie van ‘Around the World in Eighty Days’. Hij maakte geen enkele fout en straalde onmiskenbaar presidentiële allure uit. In Berlijn kwam een massa opdagen die zijn woorden als manna tot zich nam.
Nu is het natuurlijk zo dat de president van Amerika door de inwoners van Maine tot Oregon en niet door die van Sleeswijk-Holstein tot Baden-Baden wordt gekozen. Bovendien kan teveel succes in het buitenland zelfs tegen je werken als kandidaat.
Raadsel
Maar dan nog blijft het een raadsel dat Obama het verschil tussen hem en McCain beide niet heeft kunnen vergroten, mede gezien de stand van de economie en het weglekken van het vertrouwen in president George W.Bush, alsook de indruk dat Obama een veel betere campagne voert dan McCain.
Sommige politieke pottenkijkers zeggen dat dit komt doordat dat we hier te maken hebben met een 46-jaar oude zwarte Amerikaan met een achtergrond waarin vrijwel niemand zich kan herkennen en met niet meer dan vier jaar ervaring in de Senaat.
Voor de gemiddelde Amerikaanse kiezer is Obama nog steeds een onbekende grootheid. Daarbij wordt hij door een meerderheid van 55 tegen 45 procent als de meer riskante keuze van de twee beschouwd. In onzekere tijden zijn de Amerikanen best bereid om een nieuwe figuur te accepteren, zoals Bill Clinton in 1992 in de plaats van George H.W. Bush. Maar als de tijden al te onzeker worden neigen zij er naar om toch weer voor een vertrouwde politicus te kiezen.
Duivel
Obama is zich van dat gevaar goed bewust: ‘het gaat om een keuze tussen de duivel die je kent en de duivel die je niet kent,’ zei hij tegen Brian Williams van NBC. ‘Ik vertegenwoordig het nieuwe en het riskante’.
Er zijn nog ongeveer honderd dagen te gaan tot E-Day, de verkiezingsdag op 4 november. En het kan verkeren. McCain’s achterstand valt nog gemakkelijk in te lopen. In 1976 lag Jimmy Carter op dit moment in de race 33 punten voor op president Gerald Ford en won tenslotte met een neuslengte. In 1988 had Michael Dukakis een voorsprong van 33 punten, maar uiteindelijk verloor hij toch de verkiezingen. Al Gore en John Kerry stonden in 2000 en 2004 in deze fase van de strijd ook allebei voor op de ultieme winnaar George W.Bush.
John McCains kans op het Witte Huis is dus nog lang niet verkeken.