door
Paul de Hen
7 jul 2008
Samenstelling van club van dominante industrielanden is geen afspiegeling meer van de echte machtsverhoudingen
Paul de Hen
De G8 is weer bijeen. De regeringsleiders van de grote oude industrielanden en hun gasten van de grote nieuwe industrielanden zitten op het Japanse eiland Hokkaido, zo ver mogelijk van de demonstranten die de bijeenkomsten ieder jaar komen belagen.
Hebben die bijeenkomsten eigenlijk zin?
Onderonsje
De G8, in 1975 begonnen als een onderonsje van zes landen (Amerika, Japan, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië) en sindsdien uitgebreid met Canada, Rusland en de voorzitter van de Europese Commissie, vertegenwoordigen de gevestigde economische macht in de wereld, maar steeds minder de echte machtsverhoudingen.
Europa is het grootste handelsblok te wereld, maar met vijf vaste deelnemers van de acht zeer oververtegenwoordigd. Zoals in veel internationale organen (Veiligheidsraad, IMF, Wereldbank). Canada is rijk maar geen echte economische grootmacht.
Wereldorde
Sinds enkele jaren worden de economisch belangrijkste landen van continentaal Azië, Afrika en Latijns-Amerika uitgenodigd. Daarom zijn ook China, India, Brazilië en Zuid-Afrika aanwezig. Maar niet als volwaardig medelid van de selecte groep. Dat is een onderschatting van hun belang in de huidige wereldorde.
De G8 geeft graag veelomvattende verklaringen uit, vol toezeggingen waaraan soms ook de niet-vaste deelnemers zich binden. Zulke toezeggingen hebben op het oog veel van holle beloften.
Beloften
Maar een in Toronto, Canada gebaseerde groep onderzoekers die de G8 systematisch volgt stelt vast dat er toch nog redelijk wat van terecht komt.
De voorzitter van de Europese Commissie en de Britse regering maken het meeste waar van hun beloften op het terrein van wetgeving en beleid. Maar ook de Amerikanen en de Duitsers komen een heel eind. Misschien heeft dit soort topoverleg dus toch nog steeds zin.
Bekijk de video van RTL Nieuws
