Mark Rutte moest zo nodig een nieuw beginselprogramma voor de VVD schrijven, maar nergens wordt duidelijk waarom. Immigratie, terreur en globalisering komen er niet eens in voor. Veel houvast biedt hij niet.
VVD-leider Mark Rutte kondigde begin dit jaar aan eigenhandig een nieuw beginselprogramma voor zijn partij te gaan schrijven.
Het vorige, uit 1980, was volgens hem niet meer bruikbaar omdat het geen antwoord gaf op verschijnselen als immigratie, terreur en globalisering.
Rutte’s eigen beginselprogramma ligt er nu. De vraag dringt zich op of dat programma wel inspeelt op de redenen die Rutte eerder zelf opgaf voor het onbruikbaar worden van het oude programma.
Immigranten
Immigratie, terreur en globalisering komen namelijk helemaal niet voor in Rutte’s nieuwe program. Ja, immigranten komen er wel in voor. Die moeten namelijk meedoen. Maar op de vraag welke immigratie wenselijk is en welke niet geeft Rutte’s programma geen antwoord.
Het scherpste, meest onderscheidende element van Rutte’s programma is zijn stelling dat de belastingdruk zo laag mogelijk moet zijn.
Dat is winst, ook al omdat er een direct verband ligt met de kleine staat die de VVD altijd al zei na te streven (maar waar de VVD zich niet altijd aan hield).
Vrijheid
Vervolgens dicht Rutte in de toelichtende tekst de staat naast de logische kerntaak (bescherming bieden tegen bedreiging van veiligheid en vrijheid) alle taken toe die de staat nu ook al heeft, van onderwijs en cultuur tot infrastructuur en sociale zekerheid en gezondheidzorg.
Dat schiet niet op. Moeten al deze taken doorgaan zoals het kabinet dat bijvoorbeeld wil? Of wil Rutte een ministelsel in de sociale zekerheid, geprivatiseerd hoger onderwijs en meer particulier initiatief en eigen verantwoordelijkheid in de zorg? Zijn programma geeft er geen antwoord op.
Hardwerkende Nederlander
In Rutte’s visie domineert ‘de hardwerkende Nederlander’. Dat was een goede slogan voor het actuele debat, maar past minder in een beginselprogramma dat volgens hem twintig jaar mee kan. Aan de andere kant is hij zo vaag en algemeen dat de potentiële VVD-kiezer er niet veel wijzer van wordt.
Rutte wil Europa terugdringen op zijn kerntaken, maar verleende twee maanden nog steun aan een Europees verdrag dat de bevoegdheden van de Europese Unie verregaand verruimde.
Hij wil dat ontwikkelingshulp er voor zorgt dat landen op eigen benen kunnen staan. Daar zal zelfs de hulpindustrie niet tegen zijn. De vraag waarom Nederland twee, drie keer meer moet weggeven dan omringende landen beantwoordt hij niet. Laat staan dat hij daaraan een eind wil maken.
Onderklasse
Rutte grijpt het marxistische begrip ‘onderklasse’ aan om die klasse vervolgens in lijn met de vooral sociaal-democratische traditie te ‘verheffen’.
Daarmee is niet zoveel mis, maar echt liberaal is die gedachte niet, al was het maar omdat verheffen per definitie gepaard gaat met een onliberaal, van staatswege plooien van burgers.
Rutte plaatst zich daarmee in het ook in de jaren zeventig bij de VVD gangbare ‘ontplooiingsliberalisme’ dat uitmondde in het beginselprogramma van 1980.
Waarom hij dat sociaal-liberale programma toch zo nodig eigenhandig moest vervangen – maar daarbij vrijwel alle basisthema’s intact liet - is eigenlijk een raadsel.