door
Gerlof Leistra
18 sep 2008
Registreren van etniciteit van criminelen werkt volgens PvdA-senator discriminatie in de hand. Hoezo? Het zijn gewoon feiten die worden vastgelegd. Het registreren van etniciteit moet juist worden toegejuicht
De afwijzende reactie van PvdA-senator Han Noten op het voorstel van zijn partijgenoot minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken om de etniciteit van criminelen te registreren, is een fraai staaltje struisvogelpolitiek.
Het zou discriminatie in de hand werken. Maar waarom? Het zijn immers gewoon feiten die worden vastgelegd. Zoals Ter Horst terecht in Het Parool zegt: 'Als je een probleem wilt oplossen, moet je goed weten wie dat veroorzaakt.'
Taboe
Politie en Justitie registreren nu uitsluitend de nationaliteit en geboorteplaats van criminelen. Daardoor blijft het aandeel van tweede en derde generatie allochtonen buiten beeld. Zij gelden als autochtonen. Juist door dit taboe ontstaat een scheef beeld van de werkelijkheid en hebben vooroordelen vrij spel.
Door etnische registratie kunnen betrouwbare uitspraken worden gedaan over het aandeel van burgers bij bepaalde typen misdrijven. Een fenomeen als eerwraak valt lastig te bestrijden als je niet goed weet in welke kringen en hoe vaak het zich voordoet.
Hetzelfde geldt voor de straatterreur in de volkswijken van de grote steden. Zijn de plegers inderdaad meestal Marokkanen? Zo ja, hoe komt dat? Natuurlijk is de volgende vraag welke rol factoren spelen als opvoeding, huisvesting, opleiding, inkomen en religie.
Verweer
Het verweer, zoals gisteren het commentaar in NRC Handelsblad, dat er al een goed beeld bestaat omdat het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie het in 2005 heeft onderzocht, snijdt geen hout. Zou het anno 2008 erger zijn of niet. En opnieuw: hoe komt dat?
Han Noten, nota bene in de Eerste Kamer fractievoorzitter voor zijn partij, noemt het voorstel van de minister 'onbespreekbaar'. Met dergelijke politici is een debat zinloos. Die stoppen hun kop liever in het zand.