Sancties zijn nodig om de kans op een volgende financiële crisis te verkleinen
Niet dralen, maar doen. Dat was de boodschap van George W. Bush, president van de Verenigde Staten en Republikein, in zijn toespraak tot het Amerikaanse volk.
Omdat de nood hoog is, onderbrak John McCain, Republikeins presidentskandidaat, zijn campagne. Hij gaat in Washington helpen het Congres te overtuigen om in te stemmen met een noodplan van 700 miljard dollar voor de in crisis verkerende financiële sector.
Twijfels
Een snelle beslissing is ongetwijfeld van belang voor de financiële sector. Maar het Congres en een grote groep morrende Amerikaanse burgers hebben gelijk met hun twijfels bij het plan.
Kern van het conflict tussen het Congres en de regering-Bush: de miljoenensalarissen van topbankiers. Zij namen onverantwoorde risico’s, werden stinkend rijk en laten belastingbetalers de rotzooi opruimen.
Het Congres, zowel Democraten als Republikeinen, wil dat bankiers die worden geholpen door het noodplan, een groot deel van hun salaris inleveren. Presidentskandidaat voor de Democraten, Barack Obama, merkte op dat het noodplan geen sociale zekerheid mag zijn voor topbankiers.
Moreel gelijk
Minister van Financiën Henry Paulson, zelf voormalig topman van zakenbank Goldman Sachs, zegt dat bankiers hun slechte leningen dan niet aanmelden. Met andere woorden: bankiers laten hun bank liever failliet gaan dan dat ze zelf een veer laten.
Morrende Amerikaanse burgers en Congresleden hebben niet alleen moreel gelijk. Bankiers straffen helpt om de kans op een volgende financiële crisis te verkleinen. Omdat de overheid banken redt als ze dreigen om te vallen, hebben bankiers de neiging roekeloos te worden. De beloning daarvoor is voor henzelf en de aandeelhouders, de verliezen voor de belastingbetalers.
Die onrechtvaardigheid is grotendeels onvermijdelijk, maar dat mag niet betekenen dat bankiers straffeloos hun gang kunnen gaan.