door
Remko Nods
8 sep 2008
De Amerikaanse minister van Financiën Henry Paulson had geen keus: de hypotheekinstituten Freddie Mac en Fannie Mae waren ‘te groot om te laten vallen’
De redding van Freddie Mac en Fannie Mae vormt een nieuw ijkpunt in de
kredietcrisis.
Minister Paulson plaatst
beide hypotheekinstituten tot eind 2009 onder curatele en steekt ‘tot 100
miljard dollar’ in de bedrijven, die bijna de helft van alle Amerikaanse
hypotheken verstrekt of gegarandeerd hebben
Slechter dan gedacht
Paulson stond met de rug tegen de muur. ‘Freddie’ en ‘Fannie’ stonden er
financieel nog veel slechter voor dan gedacht. Samen hadden ze al bijna 15
miljard dollar afgeschreven op hun hypotheekportefeuilles, maar dat bleek te
weinig.
De twee instituten failliet laten gaan, was geen optie. Andere banken
zouden dan hun hypotheekproductie moeten staken, waardoor de Amerikaanse
huizenmarkt volledig zou vastlopen.
Kettingreactie
Bovendien zouden andere banken gedwongen worden tot een nieuwe ronde van
miljardenafschrijvingen op hun bestaande hypotheekportefeuilles als de
garanties van Freddie en Fannie weg zouden vallen. Dit zou mogelijk een
kettingreactie van bankfaillissementen veroorzaakt hebben.
Paulson heeft dus terecht ingegrepen. Maar voor de schatkist is het al de
tweede aderlating, na de 100 miljard dollar die de overheid aan consumenten
schonk om de bestedingen overeind te houden.
Belastingbetaler
Hoeveel de Amerikaanse belastingbetaler terugziet van de kapitaalinjectie aan
de hypotheekinstituten, is ongewis. Volgens Paulson kan de belastingbetaler er
geld aan over houden, ‘als alles goed gaat’.
In theorie klopt dat. Maar de praktijk kan binnenkort uitwijzen dat ook
andere banken veel te weinig hebben afgeschreven op hun hypotheek- en
effectenportefeuilles. Als er nog meer grote banken in acute nood raken, zal
Paulson opnieuw de schatkist moeten openen.
De zakken van de Amerikaanse belastingbetaler zijn oneindig diep, maar
hogere toekomstige belastingaanslagen zullen de economische groei de komende
jaren aanzienlijk remmen.