Marokkaanse jongeren worden crimineel omdat ze daarmee kunnen opvallen
Een aanzienlijk deel van de Marokkaanse jongeren vertoont crimineel gedrag. Na uitvoerig onderzoek schreef Paul Andersson Toussaint een zeer inzichtgevend boek hierover: Staatssecretaris of seriecrimineel.
Voor sommige Nederlandse jongeren van Marokkaanse afkomst schijnt het moeilijk te zijn om niet op te vallen. Niet voor niets is de titel van het boek Staatssecretaris of seriecrimineel. Gewoon ergens werken in een fabriek, in een bedrijf of op een andere plek is kennelijk niet erg populair bij jongeren van de Marokkaanse afkomst.
Nu kan niet iedereen schrijver, filosoof, bestuurder, politicus of miljonair worden. Dat is ook niet erg. Maar deze jongeren willen, en moeten opvallen. Hoe bereik je dat? De criminaliteit. Ze worden crimineel. Want daarmee kun je wel opvallen.
Haatkoppen
Wat is de omvang van het ‘Marokkanenprobleem’? Andersson Toussaint schrijft:
‘Conservatief geschat word ik gemiddeld twee keer per week fysiek en verbaal bedreigd, geïntimideerd of op een andere manier onbeschoft of (extreem) agressief bejegend door allochtone jongens en mannen. De overgrote meerderheid van die groep is van Marokkaanse afkomst. Er is vrijwel nooit een rechtvaardiging voor het buitensporige gedrag van deze jongens. Hun gedrag heeft zonder enige twijfel een deels racistische oorsprong. Het feit dat ik een autochtone Nederlander ben is voldoende. Er lopen duizenden van die haatkoppen in Amsterdam rond.’
Wij-zij-denken
Vaak wordt critici van het multiculturalisme verweten dat zij in termen van wij en zij denken. Maar hoe denken de problematische Marokkaanse jongeren hierover? Andersson Toussaint:
‘Uit mijn onderzoek en vele omzwervingen in Amsterdamse wijken blijkt dat het om een veel breder fenomeen gaat. Er is geen etnische gemeenschap waar het wij-zij-denken zo sterk is ontwikkeld als juist in de Marokkaanse. Er leeft een grote groep Marokkanen in Amsterdam, die zich helemaal geen Nederlander, maar Marokkaan voelt. En die Nederlanders, de Nederlandse samenleving en het Westen vijandig gezind is. Marokkanen die hun best doen, hard werk of studeren en leuk meedraaien met de Nederlandse samenleving worden door deze groep al snel verkaast genoemd en nog veel vaker als verrader bestempeld.’
Haat-Marokkanen
Dit zijn gewoon ‘haat-Marokkanen’. Wie haten ze? Het antwoord is een ongemakkelijke waarheid voor multiculturalisten:
‘En deze groep haat niet alleen de Nederlanders, maar ook Turken en alle andere etnische groepen, vooral de Surinamers. Ik ben een middag meegereden met een Surinaamse trambestuurder en Surinaamse conducteur. Voor deze zogenoemde "zwarten" zijn de Marokkaanse agressie, intimidatie, scheldpartijen en het routineus befluimen van vrouwelijke passagiers met een andere etnische afkomst al jaren dagelijkse kost.’
Ontsporing
Hoe zet je haat om in respect, tevredenheid, inspanning en tolerantie? Wordt dit een verloren generatie of kunnen ze nog worden gered? Wat is de prijs van deze ontsporing? Wat denkt de minister voor Integratie hierover? Wat gaat hij doen om de haat weg te nemen bij de haat-Marokkanen?
Dit zijn helaas de vragen waarop we geen antwoord hebben. Terwijl ons steeds een andere perceptie wordt voorgeschoteld. Andersson Toussaint:
‘Maar de perceptie die steeds weer wordt verkondigd door een grote groep politici, beleidsmakers, ambtenaren, professionals, journalisten en bekende Nederlanders in de babbelprogramma’s op tv is juist omgekeerd.’
Antecedenten
Een scherpe en eigenlijk angstaanjagende conclusie.
Van alle Marokkaanse jongens onder de 24 jaar in Amsterdam heeft 70 procent ‘antecedenten’. Dit zijn geen officiële cijfers, ze komen van een anonieme bron die zeer goede contacten heeft met de politie.
Ook economisch stelt de groep weinig voor. Andersson Toussaint: :
‘Volgens het Amsterdamse bureau voor Onderzoek en Statistiek verlaat ruim 60 procent van de Marokkaanse jongeren tussen de 17 en 23 de school voortijdig zonder "startkwalificatie". In 2006 was 39 procent van de Marokkaanse jongeren werkloos. Van alle Marokkaanse mannen in Nederland tussen de 40 en 64 jaar leeft 62 procent van een uitkering. Behalve twee Marokkaanse winkeliers op het Allebéplein in Slotervaart, kwam ik in twee jaar tijd in Slotervaart niet één Marokkaan van boven de vijftig tegen die werkte.’
Puinhoop
Wat een puinhoop! Nu weet ik waarom het kabinet de immigratiekosten niet wil berekenen.
Hier moet ik stoppen. En de minister? Houd toch op met die hoffelijke flauwekul over Marokkanen. Ga snel dit boek lezen en kom dan met goed beleid.
Onder de heerschappij van (oud-)minister Vogelaar mocht dit alles niet worden besproken. Hoe zal de nieuwe minister dit aanpakken?