God hoort niet in de Grondwet thuis
D66, SP en VVD willen het verbod op smalende godslastering uit het Wetboek van Strafrecht schrappen. Als zij de steun krijgen van de PvdA, boeken zij een aardige triomf in de strijd voor de vrijheid van meningsuiting
Het was maandag een wat treurige bijeenkomst. Bij de
herdenking van de dood van Theo van Gogh, vijf jaar geleden, waren bijna meer
journalisten komen opdagen dan gewone belangstellenden.
Een treurig lot voor de filmmaker die hartstochtelijk voor
de vrijheid van mening streed en daarvoor, in de naam van Allah, werd
afgeslacht.
Beledigd
Direct na zijn dood maakte de regering duidelijk hoe zij
dacht over conflicten tussen tolerantie en religieuze stelligheid.
De CDA’er Piet Hein Donner, toen minister van Justitie, liet
weten het, min of meer slapende, verbod op smalende godslastering in artikel
147 van het Wetboek van Strafrecht nieuw leven in te willen blazen.
Alsof hij wilde zeggen: eigenlijk hebben fanatieke gelovigen
als Mohammed Bouyeri wel een beetje gelijk als zij zich enorm beledigd voelen
door atheïstische geluiden.
Boemerang
Gelukkig viel het idee van deze juridische beloning voor
Bouyeri niet goed bij de meerderheid van de Tweede Kamer. Het voorstel kwam zelfs
als een boemerang naar Donner en zijn christelijke geestverwanten in het
kabinet terug.
Want niet-confessionele politici en weldenkende burgers
begonnen zich ineens af te vragen of zo’n verbod op smalende godslastering wel in de moderne tijd past.
Waarom zouden gelovigen van de overheid extra bescherming
krijgen? Wat doet God eigenlijk in de wet?
Privileges
Terechte vragen. Bij de scheiding van kerk en staat horen
geen privileges voor gelovigen.
Daarom is het goed dat D66, SP en VVD vandaag een initiatiefwetsvoorstel naar de Raad van State sturen met als doel een eind te
maken aan het verbod op smalende godslastering.
De PvdA staat welwillend tegenover dit initiatief. Als de
sociaal-democraten inderdaad hun christelijke coalitiegenoten durven te
trotseren, doen zij Theo van Gogh én de vrijheid van meningsuiting recht.