Even belangrijk als het verhogen van de pensioenleeftijd is dat ouderen jonger dan 65 jaar meer gaan werken
Kabinet wil pensioenleeftijd verhogen naar 67 jaar. Een goed idee, mits ouderen ook echt doorwerken
Krijgt Piet Hein Donner toch nog zijn zin. De CDA-minister werd in juli nog weggehoond toen hij voorstelde de pensioenleeftijd te verhogen.
Nu speelt het kabinet met de gedachte om de AOW stapsgewijs op steeds latere leeftijd uit te keren, net als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk eerder deden.
Later met pensioen vangt een groot deel op van de kosten van de vergrijzing. Immers, langer werken betekent langer belasting betalen en minder jaren leven op kosten van de staat. Zestig-plussers zijn gezonder dan ooit, dus waarom niet?
Vergrijzing
Niets doen aan de vergrijzing betekent dat de staatsschuld sterk toeneemt: van ongeveer 57 procent van alles wat Nederland verdient per jaar nu naar ongeveer 75 procent in 2040. De crisis is een mooi excuus voor het kabinet om deze impopulaire maar noodzakelijke maatregel te nemen. Het raakt waarschijnlijk vooral jongere generaties, maar die rekenen al lang niet meer op een pensioen voor hun zeventigste.
Minstens zo belangrijk als het verhogen van de pensioenleeftijd is dat ouderen jonger dan 65 jaar meer gaan werken. Nu is die arbeidsparticipatie bedroevend laag: eenderde van de 60-plussers werkt.
Kosten
Maar zowel bij vakbonden als bij werkgevers leeft door de crisis juist weer de gedachte om de dure ouderen vervroegd te laten uittreden. Zo zijn de nu veelbesproken banenpools die de vakbonden propageren bij massa-ontslagen waarschijnlijk een manier om ouderen te parkeren. Dat is lekker makkelijk en slecht.
Ouderen wegstoppen in uitkeringen of banenpools staat haaks op het plan om ze later met pensioen te laten gaan. Ouderen zijn vitaler dan ooit: er is geen enkele reden ze af te schrijven.