In de Tweede Kamer werden deze week twee grote debatten gevoerd: over Kamerlid Geert Wilders en over de economische crisis. Het tweede debat was echt een zinloos debat, omdat de regering nog niet weet wat haar toekomstplannen zijn voor de economie. Het is effectiever als de fractievoorzitters hun economische opvattingen via de media gaan verspreiden waardoor een maatschappelijk debat kan ontstaan. En zo kunnen ze ook de regering beïnvloeden.
Spannend en zinvol
Het debat over de Britse weigering om Wilders toe te laten, was daarentegen een spannend en zinvol debat. Maxime Verhagen (CDA), de minister van Buitenlandse Zaken, verwarde zijn eigen politieke en bestuurlijke positie met die van zijn Britse ambtsgenoot. Soms kreeg je als kijker het gevoel dat Verhagen de Britse regering stond te verdedigen.
Ook verwarde hij het Nederlandse parlement met dat van Groot-Brittannië. Dit was erg komisch: Verhagen viel VVD-leider Mark Rutte aan vanwege de opvatting van Liberal Democrats in Engeland. Zij vinden ook dat Wilders een extremist is en niet moet worden toegelaten. Rutte moet met die vrienden gaan praten. Wat heeft Mark Rutte in hemelsnaam te maken met de D66 van Engeland? Hij kent die mensen niet eens. Rutte wordt door Verhagen verantwoordelijk gehouden voor de standpunten van een Britse politieke beweging. Zo kan Rutte de volgende keer Verhagen verantwoordelijk houden voor de standpunten van Angela Merkel. Zij zijn toch allebei Christen- Democraten? Wie had dit voor Maxime verzonnen? Dit komt zeker uit de koker van een hele intelligente ambtenaar.
Kluts kwijt
Verhagen was werkelijk de kluts kwijt. Het CDA is de kluts kwijt. Hoe zou dat toch komen? Omdat ze vaak vergeten waarom ze in de Kamer zitten. Verhagen is het oneens met de Britten. Toch was Verhagen van mening dat het hier om de Britse openbare orde ging. Volgens Verhagen ging het hier niet om de vrijheid van meningsuiting. Kamerleden hadden hier terecht opgemerkt dat Wilders toch niet werd geweigerd wegens zijn kapsel. Nee. Het ging om zijn opvattingen.
Sommige Kamerleden wisten niet waarom een parlementariër een bijzondere positie inneemt binnen onze rechtsorde. Een typische PvdA- argumentatie: gelijkheid van alle burgers. Het gelijkheidsbeginsel is hier niet van toepassing. Ten eerste hebben volksvertegenwoordigers meer rechten dan gewone burgers: ze zijn bijvoorbeeld immuun voor strafrechtelijke vervolging tijdens de plenaire zittingen van de Kamer. Ten tweede kan de weigering van een parlementariër niet gelijk worden gesteld aan die van een burger.
Wanneer het een parlementariër wordt verboden om te reizen naar een EU-land, betekent dit dat hij zijn grondwettelijke plichten en taken niet kan vervullen, namelijk om het volk, zijn kiezers, te mogen vertegenwoordigen. Derhalve mag de Kamer in deze zaak van de regering verwachten dat zij eventueel bijzondere maatregelen moet nemen om daarmee de werkzaamheden van een Kamerlid binnen de Europese Unie te waarborgen.
Klagen
Dit alles heeft met twee principes te maken: de democratie en de volkssoevereiniteit. Kamerleden zijn geen gewone burgers. Wie aan hen komt, komt aan het hart van onze constitutionele democratie. Daarom stelde Femke Halsema terecht voor dat de regering bij de Europese Commissie en zo nodig bij het Europese Hof moet gaan klagen. Het gaat hier niet meer om een particulier conflict tussen Wilders (een Nederlandse burger) en de Britse regering.
Ik vind het ook onlogisch dat Kamerlid Wilders zelf gaat procederen. Het Britse besluit is een administratieve handeling op grond van een zuivere politieke beslissing waarbij de bewegingsvrijheid van een Europese parlementariër wordt beperkt. Hierover moet in de eerste plaats niet de Britse rechter maar de Europese Commissie een uitspraak doen. Kan Europa het niet oplossen, dan heeft het besluit van de Britse rechter geen enkele waarde. Er zijn immers nog Poolse, Italiaanse, Franse, Roemeense en vele andere rechters die verschillende opvattingen kunnen hebben over de bewegingsvrijheid van Europese parlementariërs. Jammer genoeg drong de ernst van de zaak tot Verhagen niet door.
De Nederlandse regering is tenslotte verplicht om Kamerleden te allen tijde te beschermen bij het uitoefenen van hun taken. Hierover biedt de Grondwet van een parlementaire democratie geen enkele ruimte voor concessies. Het parlement beschikt immers niet over zijn eigen uitvoerende organen.
Kern
Volgens Verhagen slaat Geert Wilders in persoonlijke gesprekken een heel andere toon aan tegen hem dan wanneer hij fel uithaalt in de media en de Tweede Kamer. Hier ligt precies de kern van het drama.
Wilders dient als volksvertegenwoordiger, en in hoedanigheid van oppositiepartij, de regering te controleren. Maar Wilders is in tegenstelling tot alle andere Kamerleden afhankelijk van diezelfde regering wat zijn veiligheid betreft. En dit laatste kan tot controverse en Kamerdebatten leiden.
Hij moet enerzijds, zoals ieder ander normaal mens, de overheid dankbaar zijn voor haar inspanningen voor hem als een burger. En hij moet anderzijds, de overheid scherp en opponerend controleren in het dossier van Geert Wilders. Dan krijgen we deze constructies: Wilders als een bedreigde persoon en Wilders als controleur van het ministerie van Justitie; Wilders als een verboden figuur in Engeland en Wilders als controleur van het ministerie van Buitenlandse zaken, et cetera. Heeft Wilders twee gezichten? Het drama rond Geert Wilders heeft vele gezichten.