door
Sturm und Drang
9 mrt 2009
Albert Einstein
Afgelopen week werd weer kort aandacht besteed aan de illusie dat Nederland een kenniseconomie zou zijn. Het innovatiepraatclubje waarschuwde dat Nederland nu echt de aansluiting met andere landen aan het verliezen was, en de voorzitter van de KNAW probeerde moedig de vraag te stellen of Nederland nu een kennisland is of niet.
Het antwoord daarop is natuurlijk: nee. Als je 1,8 procent van je bruto nationaal product (BNP) in onderzoek en ontwikkeling steekt kun je jezelf in geen enkel universum zo noemen. Met dat percentage zit je ongeveer op het toch al trieste EU-gemiddelde, tussen andere middenmoters als België en Frankrijk en met nieuwe economieën als Slovenië en Tsjechië. De echte toppers in Europa zijn Zweden en Finland, beide boven 3,5 procent van het BNP, en daarna komt met 2,5 procent een groepje subtoppers zoals Denemarken, Duitsland en Oostenrijk, dat zich ook nog kenniseconomie zou kunnen noemen.
Roverhoofdmannen
Maar Nederland is geen kenniseconomie en is dat ook nooit geweest. Zeker niet sinds de universiteiten sinds de jaren tachtig afgeknepen zijn, iets wat waarschijnlijk te maken heeft met een hogere renteafdracht op de staatsschuld, die onder roverhoofdmannen Den Uyl, Van Agt en Wiegel gierend hoog opgelopen was, terwijl ook nog even de aardgasbaten erdoorheen werden gejast. Maar goed – in ieder geval had een generatie goed voor zichzelf gezorgd.
Het punt is: we hoeven ook helemaal geen kenniseconomie te zijn. Nederland is geen afgelegen oord ergens in een koude uithoek van Europa waar ze zichzelf op een andere manier aantrekkelijker moet maken. De Rijn blijft altijd een van de levensaders van Europa, en wij kunnen mooi een kwart van onze exporten naar Duitsland blijven sturen.
Wat echter zo irritant is, is dat bestuurlijk Nederland wel al jarenlang de mond vol heeft van kenniseconomie zus en zo. Komt weer een minister met een nieuw plannetje en een paar miljoen extra, plukt 300 miljoen bij de universiteiten weg en verdeelt dit via NWO en heeft het over investeringen in de kenniseconomie. Nee, dan moet je een paar miljard erbíj doen.
De werkelijkheid is natuurlijk dat dit in Nederland niet mogelijk is; past gewoon niet in een calvinistische volksaard. Ga maar na: als je in fundamentele wetenschap investeert weet je niet wat je terug krijgt. Van de 100 projecten leveren 99 geen geld op. Eentje doet dat wel en betaalt alles terug, maar op zo’n lange termijn en op zo’n algemene wijze dat het niet te meten is. Dat de onderzoeken naar de spin van atoomkernen in de jaren dertig het 70 jaar later mogelijk maken dat ieder ziekenhuis zonder operatie een hersentumor kan diagnosticeren, valt in geen enkel model te berekenen.
Nobelprijs
Dit is niets voor Nederlanders, want dat geld kan ook praktischer en pragmatischer worden ingezet. Bij zulke lange termijn investeringen blijft het toch vreten ‘wat hadden we allemaal wel niet voor dat geld kunnen doen?’ En daarbij is fundamentele wetenschap sowieso moeilijk in geld om te zetten, want ‘wat levert dat eigenlijk op, zo’n Nobelprijs’? Daarom roepen in Nederland ook hooguit D66 politici om investeringen in onderzoek - niet de partijen die boze Telegraaf-lezers (‘Geldverspilling, hebben ze niets beters te doen!’) en verongelijkte SP-stemmers (‘Kunnen tig bijstandsmoeders van leven!’) naar de mond praten.
Duitsers staan weer heel anders tegenover investeringen in wetenschap. De CDU claimt bijvoorbeeld vol trots dat tweederde van het geld van het conjunctuurpakket naar onderzoek en onderwijs gaat. Nu is het natuurlijk verkiezingstijd en Bismarck zei al dat er nooit meer gelogen wordt dan door a) politici in verkiezingstijd, b) regeringen tijdens oorlog en c) mannen na de jacht, maar er gaat zeker een paar procent van de 50 miljard naar wetenschap en het feit dat dit cijfer wordt opgeklopt zegt op zich al genoeg. ‘s Lands wijs ‘s lands eer: Duitsland heeft alleen meer topwetenschappers, grote denkers en filosofen voortgebracht dan de rest van het continent bij elkaar, terwijl Nederland juist meer multinationals heeft voortgebracht dan van zo’n klein land verwacht kan worden. Dat laat precies zien wat waar belangrijk wordt gevonden - Albert Heijn versus Einstein.
En daar is toch ook niets mis mee? Laten we dus gewoon ophouden met blaten dat Nederland een kenniseconomie is. Onze economie is eerder een teek in de vacht van de Duitse herder – een bijzonder ondernemende teek, dat wel. En die kunnen toch ook een prima leven hebben?