door
Rik Kuethe
10 mrt 2009
Bestaan er werkelijk gematigde leden van de Taliban?
Toen aan president Barack Obama op 7 maart tijdens een interview met The New York Times aan boord van de Air Force One, werd gevraagd of de Verenigde Staten bij de oorlog in Afghanistan aan de winnende hand waren, luidde zijn antwoord kortweg: nee.
Zware baarden
Het was een van Obama’s eerste beleidsdaden om 17.000 extra militairen naar dat ruige land van pakezels, papavers, en zware baarden te sturen. Het doet denken aan de surge, de vermeerdering van het troepenbestand in Irak, waartoe president George W.Bush twee jaar geleden overging.
David Petraeus, de generaal die in Bagdad met een nieuwe strategie een uitgesproken succes van de surge maakte, is tegenwoordig de opperbevelhebber in Afghanistan. In Irak is Petraeus er in geslaagd om een aantal soennitische sjeiks los te weken uit de houdgreep van Al-Qa’ida met wie zij steeds meer in conflict waren geraakt.
Gematigde homohaters?
In Afghanistan is thans de vraag aan de orde of het mogelijk is de Taliban, allerminst één monolithisch brok terroristisch fundamentalisme, als het ware te ontbinden in factoren, met het doel de meer gematigde delen te overreden om de kant van de regering te kiezen. Het is stelten lopen op ijs. Want bestaan er werkelijk gematigde leden van de Taliban (Er bestaan toch ook geen gematigde homohaters)? En waarover zou dan eigenlijk moeten worden onderhandeld?
De regering van president Hamid Karzai zou er immers moeilijk mee kunnen instemmen dat een ‘gematigde vleugel’ van de Taliban in een deel van het land de meisjesscholen onmiddellijk weer zou kunnen sluiten. En welke legitimiteit zou de presentie van de NAVO nog hebben voor de inwoners van de lidstaten die troepen leveren?
Losweken
Het idee om te proberen het leeuwendeel van de Taliban los te weken van Al-Qa’ida wordt al langer door Amerika’s bondgenoten gepropageerd, vooral door de Britten. Maar in het tijdperk Bush was elke vorm van vergelijk met mensen die zich Taliban noemden, om ideologische redenen uitgesloten.
Ook al zou Obama voor een meer pragmatische benadering kiezen, dan blijven bepaalde kopstukken van de Taliban uitgesloten als gesprekspartners.
Zo is het onvoorstelbaar dat de Amerikanen rond de tafel gaan zitten met mullah Mohammad Omar, de man die de Taliban leidde in september 2001 (de maand van de aanslagen) toen zij de macht over Afghanistan uitoefenden. Hij is nog steeds een actieve steunpilaar van het terrorisme.
Maar op lager niveau is wellicht meer mogelijk. Sommige commandanten van de Taliban bestoken de strijdkrachten van de NAVO omdat ze vergeten hebben toestemming te vragen hun vallei te betreden of er geld voor krijgen. In Irak boden de Amerikanen gewoon meer.
De vraag blijft klemmen: praten met de Taliban, ja of nee.