Blog

Algemeen

De crisis verklaard: Staatssteun

door Paul de Hen 9 apr 2009

Het kabinet heeft een paar keer hard ingegrepen
Het kabinet heeft een paar keer hard ingegrepen

Niets normaler in tijden van economische crisis dan ondernemers en vakbonden die samen optrekken en de overheid om hulp smeken voor hún bedrijf of hún bedrijfstak. De heersende leer is, dat de overheid daar niet op in moet gaan.

Een crisis immers leidt tot heilzaam uitmesten van de economie. Zwakke bedrijven, achterlijke productiemethoden en slechte marketingconcepten er uit, en na de crisis met de krachtige ondernemingen die overblijven, opgeruimd verder.

Was het maar zo simpel. Iedere crisis sleept ook bedrijven mee waar eigenlijk niets mis mee is, maar die als toeleverancier van zwakke broeders, of als slachtoffer van tijdelijk ingestorte markten ten onder gaan. Natuurlijk komt er ooit weer herstel, maar misschien is er dan wel een in potentie levensvatbare bedrijfstak voorgoed weggevaagd.

Het kán dus soms nuttig zijn wel een bedrijf of sector in nood door de winter te helpen. Het kan ook gemotiveerd worden door de gedachte dat al te snelle en harde saneringen de werkloosheid rampzalig hoog opdrijven.

Riskant
Maar riskant is het wel. Wie weet wat er kan overleven? De ervaringen met gerichte steun zijn dubieus, ook de Nederlandse belastingbetaler verspilde in de vorige grote crisis - begin jaren tachtig - miljarden aan het in stand houden van tenslotte toch ten dode opgeschreven concerns. Maar toch. Het ooit zwaar gesteunde concern Stork is nu weliswaar opgesplitst, maar het stond er al heel lang weer goed bij. En de Nederlandse scheepsbouw, berucht steungeval van toen, is nu zelfs de op een na grootste scheepsbouwsector van Europa. Achteraf valt uiterst moeilijk vast te stellen of dat dankzij de steun van toen is.

Generieke steun
Moderne industriepolitiek probeert daarom aan het dilemma ‘welke bedrijven of sectoren steunen we?’ te ontkomen door zogenoemde generieke steun. Zo steekt de Nederlandse overheid geld in het subsidiëren van onderzoek- en ontwikkelingswerk, onverschillig in welke sector.

Dat die keuze tegenwoordig gemaakt wordt heeft veel te maken met de ervaringen van de jaren tachtig, maar ook met de toepassing van Europese regels. De Europese verdragen kennen al vanaf 1957 beperkingen op het geven van staatssteun (nu art.87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap ), maar het heeft lang geduurd voor de Europese Commissie daar echt werk van durfde maken. Nu is het doodnormaal.

Kroes
De mededingingscommissaris, momenteel de Nederlandse Neelie Kroes , die ongewenste kartels en zo het bedrijfsleven op de huid zit, bestrijdt ook ongewenste staatssteun. Ongewenste, want net zo min als nationaal is op Europees niveau alles verboden. Hulp voor nieuwe bedrijfsvestigingen in zwakke regio’s (daar is zelfs Europees geld voor), hulp aan kleine bedrijven, er kan best nog wat. Maar het moet niet te gek worden.

De Europese Commissie voert al jaren een soms bittere strijd met lidstaat Polen tegen Poolse steun voor het in standhouden van weinig concurrentiekrachtige scheepswerven aan de Oostzee. Kroes nam ook meteen stelling toen de Franse regering een al te nationalistische koers leek te varen bij het steunen van de automobielindustrie. Maar belangrijker, zij wijst de nu allerwegen in de belangrijke autoproducerende landen opgetuigde overheidssteun aan die sector niet categorisch af. Dat zou ook vreemd zijn, behalve voor extreme marktpuristen. Niet-Europese concurrenten krijgen enorme staatshulp.

Rechters
Naarmate de crisis voortschrijdt, zullen de grenzen van dit staatssteunbeleid ongetwijfeld nog verder getest worden. Maar het omgaan daarmee bestaat ruime ervaring. Als de Commissie steun afwijst weet zij hoe zo te argumenteren dat de kans op winst voor de Europese rechters in Luxemburg het grootst is. Krijgt zij gelijk, dan moet het steungenietende bedrijf de ten onrechte ontvangen bedragen terugbetalen aan het steungevende land. Desnoods kan de Commissie ook nog een dwangsom vragen als de betrokken regering bij het terugeisen in gebreke blijft. Die moet dan worden opgebracht door de schatkist, dus de belastingbetalers, van het land in kwestie.

Dat is heel anders met het steunen van de financiële sector. De Europese Unie heeft in haar lange bestaan nooit te maken gehad met een financiële sector in volle crisis. De diepe recessie van begin jaren tachtig ging banken en verzekeraars in essentie voorbij, en toen de Noord-Europese landen tien jaar later getroffen werden door lokale bankencrises maakten zij nog geen deel uit van de EU en hoefden dus nergens voor in Brussel te rade te gaan.

Bankencrisis
Sinds afgelopen najaar woedt echter een bankencrisis van ongekende omvang in tal van lidstaten, die door de ene regering na de andere is aangepakt met nationalisaties, verschaffing van extra vermogen en soms (in Nederland ten behoeve van ING) met nog veel geavanceerdere financiële instrumenten. De Europese Commissie zag zich genoopt om in oktober 2008 allerijl regels te geven voor deze voor haar bijna onbekende vormen van staatssteun. Dat het eenvoudigweg verbieden ondenkbaar was, was wel duidelijk.

De Commissie mag nog zo graag staatssteun bestrijden, ze zal niet graag de reputatie krijgen dat ze hele economieën naar de ondergang helpt door een zuiver-in-de-leer anti-steunbeleid. Intussen zijn de toen gemaakte regels alweer aangevuld en hebben de eerste tests in de praktijk plaats. Kroes, die als goede Eurocommissaris ‘het land dat zij het beste kent’ (in haar geval dus Nederland)’ niet spaart heeft de ingenieuze ING-steun in studie genomen en wil meer informatie over de spoednationalisatie annex massieve tijdelijke herfinanciering van Fortis Nederland en ABN Amro. Dat worden spannende tijden voor de gespecialiseerde juristen.

En vervolgens voor de zo langzamerhand steeds zeldzamere niet door de overheid gesteunde banken.

Tags

zie ook

10 reacties

  • Iedere crisis sleept ook bedrijven mee waar eigenlijk niets mis mee is, maar die als toeleverancier van zwakke broeders, of als slachtoffer van tijdelijk ingestorte markten ten onder gaan.

    Beste meneer de Hen, als zwakke broeders ten onder gaan en de vraag is er dan zullen per direct nieuwe wel levensvatbare bedrijven opstaan om aan de vraag te voldoen. De toeleverancier blijft dus gewoon zijn omzet houden zij het met een kleine hick-up. Ieder financieel gezond bedrijf kan deze hick-ups aan, ook heeft ieder gezond bedrijf reserves die men moet aanspreken om de tijdelijke instorting van marktsegmenten te overleven. Zij die voor de crisis op hun achterste benen lopen door geen reserves op te bouwen gaan dus gewoon failliet en moeten dat ook gaan. Er moet geen enkele overheidssteun zijn voor bedrijven, de markt is het meest gezonde optie voor de nodige sanering.

  • Ben het helemaal eens met Fluminis en lib. Maar zoals lib zegt heeft het geen zin om te reageren op de schrijfsels van Hen. 'Specialisten' zoals Hen zijn helemaal ondergedompeld in de Keynesiaanse mantra.

    Alleen daar zijn ze zichzelf helemaal niet bewust van. Het is zoal een vis zich niet bewust is van het water waarin hij zwemt. Een vriend van me heeft als afstudeeropdracht economie eens onderzocht wat er in de economie methodes van de middelbare scholen staat.

    Wat bleek? Sinds de 70er jaren is er niets veranderd. Het is Keynes voor en Keynes na. Alsof er na 1973 geen ontwikkelingen binnen de economie hebben voor gedaan.

    Een intellectueel eenrichtingverkeer in de politiek, de scholen en de journalistiek. Om treurig van te worden.

  • @ lib

    "de ideeen van Keynes waren al honderd jaar voor hij ze überhaupt voorstelde, weerlegd door oa. Bastiat."

    Ik weet het kerel. Ik ken mijn Bastiat, Jean-Baptiste Say, Keynes, Böhm-Bawerk, Marshall, Menger, Mises, Hayek en Rothbard.

    Nu onze goede vriend Paul Hen nog. Maar dat zie ik niet gebeuren.

    Hier een link voor diegene die wil weten waar deze crises echt vandaan komt:

    http://www.netcastdaily.com/broadcast/fsn2009-0411-2.mp3

  • De staats economie via de belastingen en rijksuitgaven zou volgens enkele sociale economen een balancerende werking hebben in de economie.

    Dat mag gedeeltelijk waar zijn, echter op af te dingen nog eens, het tegenbewijs levert deze kredietcrises, die de overhead (sorry Overheid) niet heeft kunnen voorkomen.

    De overhead in de USA was de initiator tot vestrekken van kredieten en leningen aan non-kredietwaardigen en stimuleerden USA banken deze bonds te omverpakken en te herverkopen.

    Vervolgens werd het banken systeem onvoldoende gecontroleerd op ratings van de banken door de zelfde overhead.

    Ook in Nederland was de overhead falend op alle fronten. De meest recente claims komen van de Fortis aandeelhouders wier rechten genegeerd werden en nu nog eens extra door EU-commissaris Kroes.

    Onze overhead faalt continu in de economische besturing. Wouter Bos? Hij is trots op zich zelf, maar staat in toenemende mate daarin alleen.



  • (2) In de USA wordt door Obama de oplossing gezocht in het nog erger maken van het fundament van deze kreditecrises, nml. door nog meer overhead te creeren en te spenderen, drukken van extra biljoenen dollars en verlagen van rente. Van de regen in de drup i.p.v. van inflatie naar deflatie!

    http://mises.org/books/deflationandliberty.pdf

    De marktwerking die het bancaire zelfregulerend systeem gezond maakt wordt nu uitgeschakeld onder het motto dat de bestuurders zich zelf verrijken.

    De overhead heeft gefaald, de controle en besturing heeft gefaald, de maatregelen zullen tot erger leiden, en het enige is dat het bonus systeem niet de schuld van de bankiers is, echter de schuld van de falende overhead.

    De overhead leidt ons tot nog verder overhead ingrijpen en de autoregulatie van de markt wordt daardoor nog verder uitgeschakeld