Het Europees Parlement slaagt er maar niet in om de eigen huishouding zo te regelen dat het afgelopen is met incidenten. Dit keer is er reuring over het pensioenfonds van het parlement. Dat fonds is al jaren omstreden, maar het parlement heeft het gewoon laten voortbestaan.
En jawel: vlak voor de verkiezingen van 4 juni is het weer zo ver. Dit keer is de economische crisis de aanleiding voor een lawine aan negatieve publiciteit.
Versoberen
Het in belastingparadijs Luxemburg gevestigde pensioenfonds heeft fiks aan waarde ingeboet door de ineenstorting van de aandelenkoersen. Dat noopt tot maatregelen, zoals bij alle pensioenfondsen. Het Bureau van het Europees Parlement gaat het fonds daarom versoberen.
De pensioengerechtige leeftijd gaat van 60 naar 63, de mogelijkheid om vanaf het vijftigste jaar aanspraak te maken op een gedeeltelijk pensioen verdwijnt en uittreders krijgen alleen nog hun eigen inleg mee en niet het (tweederde) deel dat het parlement inlegde.
Tekorten
In de publiciteit heet het dat het parlement – en dus de belastingbetaler - het tekort gaat aanzuiveren. Het zou gaan om 120 miljoen euro. Het parlement ontkent dit. Een woordvoerder bezweert dat er juist geen geld in het fonds wordt gestopt. De afkondigde maatregelen voorkomen dat er een tekort zal ontstaan en dus is bijstorting niet nodig.
Alles goed en wel: het parlement kan niet ontkennen dat de belastingbetaler in de toekomst mogelijk voor tekorten opdraait, want bij de oprichting van het fonds heeft het parlement zich garant gesteld. En die rekening is dan voor de belastingbetaler.
Moreel verwerpelijk
Voor VVD-europarlementariër Toine Manders - de enige nog actieve Nederlandse europarlementariër die deelneemt aan het fonds – reden om er per direct uit te treden. ‘Dat de belastingbetaler voor eventuele tekorten moet opdraaien, vind ik moreel verwerpelijk,’ zegt Manders.
Maar hij vindt niet dat het fonds sowieso omstreden is. Toch is het dat wel. De Europese Rekenkamer plaatste herhaaldelijk vraagtekens bij de legitimiteit ervan.
In Nederland oordeelde de Tweede Kamer in 1997 unaniem bij motie dat de pensioenregeling ‘ongewenst en niet te rechtvaardigen' was. De reden: burgers die naast hun verplicht pensioen een aanvullend pensioen willen, moeten dat ook zelf betalen. Europarlementariërs hebben een overheidspensioen, in Nederland bij het ABP. En toch betaalt het Europarlement tweederde van de premie van het vrijwillig pensioen.
Verhagen
Geen wonder dat van de 785 europarlementariërs er nog altijd 478 lid van het fonds zijn en 493 oud-leden. Onder hen: oud-minister en oud-europarlementariër Laurens Jan Brinkhorst (D66) en CDA-minister Maxime Verhagen, eveneens oud-parlementariër. Maar ook prominente Franse politici als Jack Lang en Bernhard Kouchner. Verhagen verdedigde zich al tegen de kritiek van SP en PvdA dat het fonds in zijn tijd nog niet omstreden was.
Sterfhuis
Intussen is het pensioenfonds een sterfhuis. Niet door de crisis en zelfs niet omdat de verkiezingen voor de deur staan, maar simpelweg omdat er met ingang van 7 juli een nieuw statuut komt dat voor alle europarlementariërs dezelfde rechtspositie regelt.
En dus ook pensioen en inkomen. Behalve de Nederlanders: die worden door de Nederlandse regering gekort op hun inkomen, omdat ze anders meer zouden verdienen dan Haagse parlementariërs. Maar dat vinden kiezers niet erg.
Zakkenvullers
Intussen windt Toine Manders zich aan te telefoon in zijn werkkamer in Straatsburg op over de commotie. ‘Ik ben vandaag al door zes journalisten gebeld. Dat gebeurt normaal nooit. De media doen niets liever dan ons neerzetten als zakkenvullers. Voor ons werk is nooit belangstelling.’
Manders heeft een beetje gelijk. Maar het zou heel erg helpen als het parlement de media geen aanleiding zou bieden telkens over incidenten te berichten.