door
Syp Wynia
8 jun 2009
Wouter Bos is teleurgesteld na het grote verlies van zijn partij
Niet alleen in Nederland, maar ook in rest van Europa zijn socialistische partijen weggevaagd bij de Europese verkiezingen. Dat wat verkocht wordt als een crisis van het kapitalisme, leidt tot links verlies
De PvdA was donderdag met afstand de grootste verliezer in Nederland.
Die trend zette zich de afgelopen dagen door in de rest van Europa. Labour, de Britse PvdA, is al twaalf jaar aan de macht en werd gereduceerd tot de vijfde partij van het land.
In Duitsland boekte regeringspartij SPD het slechtste resultaat ooit. In Spanje verloor de socialistische regeringspartij. In Frankrijk en Italië, waar de socialisten in de oppositie zitten, werden ze eveneens verliezer.
Hoe kan dat nou? De kredietcrisis werd een bankencrisis en dat leidde tot een sinds mensenheugenis niet meer vertoonde economische neergang. Het heette een kapitalistische crisis te zijn – dat zou toch tot extra steun voor de socialisten moeten leiden?
In Nederland kreeg PvdA-leider Wouter Bos alom veren op zijn hoed omdat hij banken kocht en subsidieerde, zoals ook de Britse Labour-premier Gordon Brown het goed leek te doen toen de crisis uitbrak.
Vertrouwen
Acht maanden later is de steun voor de grote socialistische partijen verdwenen. Of ze nou in de regering zitten of in de oppositie, de kiezer loopt weg bij de socialisten – of neemt, zoals bij de PvdA, niet eens de moeite om voor hen naar de stembus te gaan. Het kan niet anders of dat verlies moet uitgelegd worden als een gebrek aan vertrouwen.
Centrumrechts, in Frankrijk belichaamd door Nicolas Sarkozy en in Duitsland door Angela Merkel, heeft dat vertrouwen beter weten vast te houden. Dat geldt tot op zekere hoogte ook voor Jan Peter Balkenende in Nederland, al behaalde die donderdag wel het slechtste verkiezingsresultaat uit de geschiedenis van het CDA.
Motiveren
De grote winnaars zijn de partijen van links en rechts die hun kiezers wel wisten te motiveren om naar de stembus te gaan. Het gaat ter linkerzijde veelal om Groenen (of, zoals in Nederland, de links-liberalen van D66). Maar de opvallendste winnaars zijn de nieuwe partijen op rechts, zoals de PVV in Nederland, de eurokritische UKIP in Groot-Brittannië en de regionalistische N-VA en de Lijst-Dedecker in Vlaanderen.
Voor zover de uitslag iets met de economische crisis te maken heeft - wat toch aannemelijk is - hebben veel kiezers kennelijk geen vertrouwen in het linkse antwoord. Wat eveneens speelt, is dat de crisis extra hard aankomt in landen (Spanje, Groot-Brittannië) waar links al langer aan de macht is en waar, vooral in het geval van de Britse premier Gordon Brown, het vertrouwen totaal verspeeld is.
Euroscepsis
Voor zover de verkiezingen over Europa gingen, heeft de euroscepsis een stem gekregen. Opvallend is dat in West-Europa politici die tegen het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie zijn (Wilders en Jean-Marie Dedecker, maar ook Merkel en Sarkozy) wisten te winnen of hun positie wisten te behouden.
Wat er ook van deze trend te zeggen valt: links weet in ieder geval niet te winnen van de zogenaamde crisis in het kapitalisme. In slechte economische tijden weten politici van rechts of centrumrechts kennelijk meer vertrouwen te wekken dan politici van linkse huize. In ieder geval overtuigt het linkse antwoord blijkbaar niet.