Elco Brinkman presenteerde gisteren zijn rapport aan minister Plasterk
Als het aan zijn perscommissie ligt gaan burgers straks meer betalen voor informatie en vertier. Beter zou het zijn als de publieke omroep eens werd aangepakt
Verreweg de meeste dagbladen verkeren in problemen. Lezers, vooral jongeren, lopen weg en de advertentie-inkomsten (zeker in deze tijden van crisis) dalen hard en worden in toenemende mate weggesnoept door de (publieke) televisie en internet.
Dus moest oud-CDA-leider Elco Brinkman in opdracht van de voor media verantwoordelijke PvdA-minister Ronald Plasterk een commissie voorzitten die zich ging buigen over de toekomst van de dagbladen.
Dat er een overheidscommissie aan te pas moest komen, zegt eigenlijk al genoeg. De overheid moet zich bij voorkeur helemaal niet met markten bemoeien.
Adviezen
Een van de adviezen van de commissie luidt dat mensen een heffing moeten gaan betalen over hun internetaansluiting. Met die opbrengst zou dan de kas van de krantenuitgevers worden gespekt. Een andere: sta uitgevers en omroepen toe – tegen diverse concurrentieregels in – om op gebieden (neem de distributie) samen te werken.
Waarom moet dit? De dagbladen hebben hun problemen goeddeels aan zichzelf te danken. Deze conservatieve bolwerken zijn de afgelopen jaren niet in staat geweest om zich aan de veranderende eisen van de nieuwsconsument aan te passen. Steun zou moeten om de pluriformiteit van de pers te waarborgen. Maar kennelijk vinden burgers die pluriformiteit elders, op onder meer internet, in voldoende mate. Waarom moeten ze dan dokken?
Markt
Laat de markt zijn werk doen. Juist daarom staat de overheid maar één ding te doen: de publieke omroep op zijn minst drastisch kortwieken. Die omroep verstoort met jaarlijks 750 miljoen euro aan belasting- en reclamegeld de markt. Commerciële mediabedrijven hebben die middelen niet, maar moeten wel opboksen tegen de talloze tv- en radiozenders, tijdschriften, websites en mobiele diensten waarmee de publieke omroep consumenten trekt.
Brinkman roept wel wat. Zo moeten de publieke omroepen oppassen met hun vele concurrentievervalsende nevenactiviteiten en ze moeten de programmagegevens vrij geven, zodat ook anderen programmagidsen kunnen uitgeven. Maar echte maatregelen stelt hij op dit vlak niet voor. Zo vindt hij dat de STER moet blijven bestaan. Dan schiet het niet op.
Publieke omroep
En het schiet ook niet op, omdat die publieke omroep – een staat binnen de staat - onverstoorbaar door kan gaan met zijn activiteiten. De hoogste baas Henk Hagoort liet al weten dat hij de programmagegevens toch echt niet gaat afgeven. Hagoort is vergeten dat die gegevens niet van hem zijn, maar van de belastingbetaler. Wanneer roept de politiek die man eens tot de orde?
Worden de adviezen van Brinkman opgevolgd, dan betaalt de burger straks niet alleen voor de publieke omroep, maar ook extra voor zijn internetaansluiting. En hij loopt het risico nog meer te moeten betalen, omdat omroepen en uitgevers afspraken mogen gaan maken. Dat allemaal om dagbladen te sponsoren die hij kennelijk niet wil lezen.
Pak eerst eens het huidige publieke omroepbestel aan. Daarmee zijn de private mediabedrijven al geholpen. En dan moeten ze er toch vooral zelf, net als Elsevier dat niet moet denken aan overheidssteun, iets van maken.